Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
341
voelt zijn krachten verminderen en zoekt naar een uitweg — naar uit-
komst ! Daar springt 't op zij — daar wendt 't zich om — dicht langs mij
heen naar 't begroeide gebergte; naar de beschermende bosschen — voort —
vooruit met nieuwe hoop!
Maar ook de jagers hebben den eersten zijsprong gevolgd, en winnen —
en naderen 't hijgende dier.....
Ook ik volg in snellen galop, en tracht den stoet vooruit te komen,
'tjachtvuur prikkelt mijn paard tot overmoed. Daar rijzen de dichte riet-
halmen van een ondiepe beek... in vollen ren vliegen we er op in —
een oogenblik zweepen ze mij knieën en schouders — en we zijn er door
heen! Een nieuw alangveld ligt vóór mij —-en — ook van dien kant
komt een vurige schimmel aanstormen — recht op de i)laats aan waar 't
hert door moet breken — en stort hij zich in 't schommelend riet! Maar
eensklaps steigert hij achteruit voor 't moedige wild, dat rakelings langs
hem heen schiet! En daar breken de andere jagers door, en stooten op
den struikelenden schimmel, de een valt over den ander; paarden en rui-
ters rollen in 't gras! — maar in minder dan een oogwenk springen ze
weer op — en schuimend, maar ongedeerd vliegen de edele renners weer
voort — altijd door hun onkwetsbare berijders tot nieuwe inspanning aan-
gedreven ...
Wel was 't een edele strijd; en ik juichte om de zege van 't vluchtende
dier, dat met de kracht der wanhoop vooruitgesneld was en den strijd om
't leven gewonnen had! ...
Neen — nog niet!... Nog eenmaal snelden versche jagers 't te gemoet
om 't den uitweg naar 't gebergte af te snijden; — daar vloog een donkere
zweetvos op hem aan: 't vlugge jachtpaard van Radhen Koesóema Dhi
I^GA, den broeder van den regent; — de afstand vermindert zichtbaar, —
't schuimend hoofd van het vurige paard nadert de heupen van 't wanke-
lend hert, dat, door doodsangst gespoord, en met al zijn kracht, nog
eenmaal zijn vijand zoekt te ontwijken. Maar snuivend en brieschend dringt
de zweetvos vooruit — links van 't waggelend dier, dat zijn laatste krach-
ten inspant tot een wanhopigen zijsprong... maar 't paard heeft dien
sprong gevolgd — 't dringt 't arme hert op zij en bijt het naar den schou-
der; — daar grijpt de ruiter zijn gólók — 't wapen vliegt uit de schee en
bliksemt door de lucht en valt met een doffen slag neer... en 't stervend
slachtoffer zakt met gekloofden rug ineen.
Toen steeg Rddhen Koesóema Dhi LaOA af, en teekende 't voorhoofd
van zijn schuimenden jager met 't bloed van zijn slachtoffer — onder een
andere bloedstreep: 't eereteeken van een eerste zege, door 't zelfde paard
dien morgen reeds behaald. En toen kwamen de volgelingen van den zege-
vierenden ruiter en hieuwen 't gevallen dier den kop af, die aan den be-
rijder van 't winnende paard toekomt, en droegen 't lichaam naar de ver-
zamelplaats aan den voet van den panggoeng-heuvel.
En toen ook wij daar tegen den middag terugkeerden, waren er reeds
een veertigtal herten bijeengebracht.