Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
S40
zoeken, terwijl wij den bädak bleven volgen. Pijlsnel vlogen onze bood-
schappers weg, blij genoeg zulk een gevaarlijke buurt goedschiks te kunnen
verlaten, — en niemand anders had ons gehoord.
Ook onze jongens kwamen niet terug, en zoo bleven we alleen bij den
badak achter, die zich weldra in een loggen draf verwijderde en spoedig
in de dichte glagah wegdook.
Toen wendden we onze paarden om, en reden we door 't hooge riet-
gewas en over de weeke modderbedding van meer dan een beek, om de
noordwaarts omtrekkende jacht wat meer te naderen.
Een paar maal sprongen eenige wilde varkens vóór de hoeven onzer
paarden op; maar zulk wild telden we niet.
Nu en dan joegen we een ree op, en dan vlogen we in vollen wedren
over de vlakte, over den ongelijken bodem, over grashoopen en door
glagahbossen voort, 't vluchtende wild achterna.
Een andere maal galoppeerden we een door 't jachtrumoer opgejaagd
hert te gemoet, en dan trachtten we 't den weg af te snijden, of zijn
stoute sprongen in wilden ren vooruit te komen. Eén oogenblik waren we
't op zij, en dan knalden' onze schoten — maar altijd te vroeg of te laat....
de snelheid van 't wijkende dier spotte met de onzekerheid van onzen arm,
bij de ongelijkmatige beweging over een bodem van wortelklompen en kuilen
en aardhoopen die onder dichte en overhangende grasbossen verborgen bleven.
Bij 'teerste schot van H. steigerde Si-Góti;èng zoo wild en onver-
wacht , dat H. door den plotselingen ruk op den grond geworpen zou zijn,
zoo hij den arm niet om den hals van 't verschrikte paard had geslagen.
Si-Bddak toonde zich beter op de hoogte van zijn plicht, en protesteerde
geen enkele maal tegen de vrijpostigheid van zijn meester, om zulke luid-
ruchtige wapens dicht langs zijn ooren los te branden.
Maar 't geluk diende ons evenmin bij de herten als tegenover den ba^dak,
en toch werden we de jacht niet moe.
'Was 't de voldoening onzer ijdelheid, die gestreeld wordt ook door den
schijn van ons meesterschap over al wat om ons leeft; — of was 't 't ge-
not der vrijheid, dat ieder waren natuurzoon verheft, en hem de druk-
kende banden van 't beneveld maatschappelijk leven vergeten doet voor
éen dag.... een dag van kracht en licht ? . . . .
Daar sprong een prachtig gehorende rängga (manlijk hert) over de vlakte,
recht vóór mij uit; — daar schoot hij door de hooge rietbossen van een half
uitgedroogden slijkpoel — den zwaren kop en den breeden nek gestrekt en
't hoog getakt gewei over de schouders teruggebogen; — daar vliegt hij
tegen den drogen kant op, recht op de dichtste glagah-bossen aan —• en
in een ontzettenden sprong er over heen!... Twee jagers rennen hem in
dollen loop achterna; nu hoog — dan laag; nu steigerend — dan duike-
lend; paarden en ruiters zijn één... de dunne rijzweep in de vooruitge-
strekte hand, en de gebogen knieën vast aaneengesloten, kleven de ruiters
op den ongezadelden rug van hun vermoeide dieren, die ze desniettemin
aanvuren tot nieuwen, volhardenden moed.... Maar ook 't edele hert