Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
339
Aan de eigenlijke kapjacht wordt trouwens zelden door Europeanen
deelgenomen, en ongaarne staat de regent daartoe een van zijn herten-
jagers af, zoolang hij niet overtuigd is, dat hij zijn paarden, zonder vrees
voor ongelukken, aan zoo iemand kan toevertrouwen.
H. was een dezer bevoorrechte personen en hij bereed ditmaal Si-Gón-
ièng, een schoonen, vaalbruinen hengst, en een der deugdzaamste jagers
van den regent. H. was trouwens een even uitstekend ruiter als moedig
jager, wiens koelbloedige bedaardheid op meer dan een bantèng- en bädak-
jacht beproefd was.
Ik had mij met een gewoon rijpaard van den regent kunnen tevreden
stellen, maar verkoos mij aan mijn eigen Makassaar, aan mijn vurigen en
sterken Bddak toe te vertrouwen, aan wiens vluggen onvermoeibaren gang en
snellen ren ik gewend was. Eerst later heb ik een paar malen van 't voor-
recht der uitverkorenen gebruik mogen maken, en een der uitsluitend voor
deze jacht gedresseerde renpaarden van den regent bereden.
Wij reden nu de onafzienbare grasvlakte in, in gezelschap van den regent
en zijn onmiddelijk gevolg. Wij hadden onze revolvers aan den gordel en
en den gólök er naast. Maar spoedig lieten we den regent zijn weg noord-
oostwaarts vervolgen in de richting die de jacht genomen had, en hielden
we langs de zuidelijke grens der vlakte oostelijk aan, uit vrees dat onze
afdwalende kogels ook voor onze jachtgezellen gevaarlijk konden worden,
als we te dicht in hun nabijheid bleven.
De regent was echter nauwelijks buiten ons gezicht, of we stonden on-
verwacht tegenover een rhinoceros, die geen vijfentvvintig schreden van ons
af stand hield, en zijn loggen, gehörenden snuit snuivend voomitbewoog.
Mijn eerste gedachte was voor een ernstige badakjacht; maar ik liet
't aan H. over, te beslissen wat ons te doen stond, niet zonder de verze-
kering ondertusschen, dat ik gaarne mijn proefstuk onder zijn leiding zou
afleggen, en dat hij daarbij vast op mij rekenen kon.
Maar 't noodlot gunde 't mij ditmaal niet, mijn woorden door daden
te bevestigen, en dat was zeer natuurlijk. We hadden geen andere wapens
dan onze gólóks en revolvers: speelgoed tegenover zulk een tegenstander!
En ook ^wisten we nog niet, of onze paarden niet bang waren voor 't
schieten, en of ze ons bij 't eerste schot niet zouden afwerpen, om ons
aan de genade of ongenade van onzen vijand over te laten.
Zonder onze buksen, waarmee onze jongens ons moesten volgen, die
echter nog buiten 't bereik van onze stem waren, was er voor ons aan
geen aanval te denken.
Ook onze tegenpartij der scheen geheel van dezelfde opinie te zijn, en
ons als volkomen onschadelijke wezens te minachten; althans hij keerde
zich eenvoudig om en zocht langzaam den weg naar 't gebergte op.
't Hielp ons niet of we al schreeuwden om de aandacht van een of
ander jager te trekken, die achter 't hooge riet van een naburige beek
misschien voor ons verborgen kon zijn. 't Hielp ons niet of we onze lang-
zaam naderende jongens al toeriepen om den démang \'an Bandjaran o]) te
22*
1