Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
338
zakje, in den vorm van een ruiterpatroontas, aan een band van goud- of
zilverpassement of veelkleurig laken over den rug hangend, bevatte den
onmisbaren sirih-voorraad. Een scherp snijdende gólók ') was op de linker
heup in den gordel gestoken.
't Spreekt vanzelf, dat de rijkere hoofden hun zucht tot uiterlijke praal
ook in deze kleeding hadden weten te volgen, en dat hun gólóks met zil-
veren of gouden gevesten en belegels versierd waren. Een lichte karwats,
die zelden tot .slaan gebruikt wordt, maar bijna uitsluitend dient om 't
paard in letterlijken zin den weg te wijzen, werd achter op den rug recht-
overeind in den gordel gestoken.
Maar ik had nauwelijks tijd gehad om dit alles op te nemen, toen de
eerste ruiters reeds opgestegen waren en zich langzaam op weg begaven.
Alle hoofden sloten zich met hun volgelingen bij den langen trein aan,
die zich in een schilderachtig bonte lijn van meer dan tachtig paarden
langs 't kronkelend voetpad en over een kleine bamboebrug voortbewoog,
die, niet ver van onzen heuvel, de kleine grensbeek overspande. Aan de
overzij loste zich de bonte jachtstoet in verschillende ruitergroepen op,
die zich in een breede slagorde over de vlakte verspreidden en langzaam
oostwaarts voorttrokken.
Ik mag niet vergeten op te merken, dat vroeg in den morgen een andere
ruiterstoet de jachtvlakte van den tegenovergestelden oostkant ingedrongen
was. Die stoet bestond echter uit een aantal dorpelingen die een gansche
kudde buffels bereden, en geen ander doel hadden, dan 't wild vóór zich
op te jagen en naar de jagers toe te drijven.
Nu was 't ook onze tijd om te paard te stijgen. Enkele heeren en alle
dames blijven gewoonlijk op den panggoeng, om van daar 't jachtveld te
overzien en de jachtpartijen met de oogen en met verrekijkers te volgen.
Anderen begeven zich met geweren gewapend, langs den voet van 't ge-
bergte een weinig verder oostwaarts, om zich daar op eenige tusschen 't
geboomte opgerichte kleine bamboewachthuisjes te verdeelen, of op de
wijduiLstaande takken van een lommerrijken malakaboom plaats te nemen,
en de herten, die naar 't gebergte trachten te wijken, met een kruisvuur
te ontvangen. Sommigen geven er de voorkeur aan, de vlakte langzaam
te paard te doorrijden; en zeker is dit de beste wijze om de jacht, meer
van nabij te zien.
H. en ik hadden besloten om op deze wijze te beginnen en dan, als
de gelegenheid zich voordeed, een werkzaam aandeel te nemen in 't genot
van den dag, maar bij voorkeur door de herten in vollen ren met den
revolver te volgen en zoo mogelijk neer te schieten, liever dan ze met den
gólók te kappen.
') GtSldk, góbang, een bijna rechte sabel van ruim '/, meter lang. De seheede
bestaat uit twee hout- of bdmboe-blatlen, met fijn gespleten strooken van geel- en
zwartbruingevlekten bamboe omwomlen en aan ile uiteinden met een beslag van hout,
van horen of van metaal voorzien.