Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
337
was met doek behangen en met tafels en stoelen gemeubileerd. Een zij-
tafel diende tot buffet, en de achter den panggoeng op den heuveltop ge-
plaatste hutten waren in dispens en keukens herschapen.
Aan den voet van den heuvel waren eenige bamboeloodsen opgericht,
waar wagens en paarden gestald konden worden. Daar woelde een bonte
menigte van menschen en paarden door elkander. De prachtige hertenja-
gers van den regent en van andere inlandsche hoofden stonden daar ge-
reed, naast de onvermoeibare dwergpaardjes van den lageren. Soendaschen
volgeling, 't Schoone, hooge en gestrekte Prijangan ras was er nog in
vollen rijkdom vertegenwoordigd, tusschen de edele afstammelingen van
Perzisch en Arabisch, van Makasaarsch en van Sandelhoutsch bloed.
Paarden van alle kleur en van alle grootte; van nagenoeg vijf voet en van
minder dan vier voet. De meesten waren getuigd, maar allen ongezadeld.
Een kleine, zadelvormig uitgesneden schabrak van rood of blauw laken,
door een enkelen buiksingel bevestigd, dekte den rug; een eenvoudig
hoofdstel van dezelfde kleur, zonder eigenlijke stang, maar hoogstens van
een trens of een .doeristang') voorzien, kleedde't hoofd; en een gelijkkleurig
koord, aan een der trensringen bevestigd, en los over den nek door den
anderen ring gehaald, diende als teugel. En werkelijk: een zoo eenvoudige
uitrusting is voldoende en zelfs alleen bruikbaar. Stijgbeugels en beugel-
riemen zouden niet slechts hinderlijk, maar ook gevaarlijk zijn voor den
ruiter, die in vollen, onbeteugelden ren door gras- en rietbosschen vliegt,
en ieder oogenblik met zijn beugels tusschen de grasstengels verward kan
raken en met zadel en al van 't paard zou glijden. Ik herinner mij 't ge-
val van een paard van P., dat bij zulk een gelegenheid, gezadeld, door
een jongen bereden werd en, na zijn ruiter verloren te hebben, in de
graswildemis verdwaalde. Eerst 't volgend jaar werd 't skelet van 't verloren
paard in den modder van een beekgleuf teruggevonden.
De ruiters waren nog bonter uitgedost. De meesten droegen een buis
van kleurig laken, van flanel, van gebloemde zij of katoen, en een kor-
ten sarong, door een buikgordel bevestigd; beenen en voeten waren met
lakensche of leeren bekleedsels en slobkousen, tegen elke kneuzende of
snijdende aanraking van stengels en bladeren, beveiligd. Een zwaar ver-
gulde of bontgekleurde tóedoengbeschutte 't hoofd. Een klein lakensch
') Een trens met gedorende mondijzei-s.
') Door de Soendaneezen doedóekoei genoemd; een bolvormig of platrond hoofddeksel
van bamboe-vlechtwerk, van binnen met een met laken omwoelden ring voorzien, die
op den hoofddoek te rusten komt. 't Wordt door een breeden kinband en door een
achterafhangend koord, dat om den in den hoofddoek gewikkelden haarwrong geslagen en
aan de andere zijde aan den kinband vastgestrikt wordt, op 't hoofd bevestigd. De
rangen der inlandsche grooten zijn aan de vergulde en gekleurde ringen van den tóendoeng
kenbaar. De Regent alleen draagt in de Soenda-landen een geheel vergulden tóendoeng.
Europeanen dragen dikwijls zeer lichte toendoengs, van zeer fijne, vooraf gekleurde, tot
rijke symmetrische figuren ineengevlochten bamboe-strooken vervaardigd.
p. R. BOS, Globe. 22