Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
335
De volken van het Maleische ras zijn in het algemeen klein, en hunne
gemiddelde lengte is aanmerkelijk beneden die der Europeanen. Echter be-
staat ook in dit opzicht eenig verschil. De Soendanees is in het algemeen
kleiner dan de Javaan en bereikt zelden de lengte van vijf voet; daaren-
tegen is hij meer ineengedrongen, meer gespierd, grover en sterker ge-
bouwd. De Javaan is, bij eenig.szins grootere lengte, ranker, tengerder,
meer verfijnd, ofschoon de borst doorgaans goed ontwikkeld is. Vooral is
de middel der vrouwen bij hen aanmerkelijk dunner. De ledematen van
den Javaan zijn meestal schraal, de handen en voeten klein, het gebeente
fijn, de gewrichten bijzonder lenig. De Madoerees komt in lengte overeen
met den Javaan, maar is even zoo grof gebouwd en zoo gespierd als de
Soendanees. Men wachte zich echter die uitdrukkingen anders dan in betrek-
kelijken zin op te vatten. In vergelijking met de Europeanen is de inboorling
van Java in het algemeen klein en fijn. In zijne bewegingen is hij echter
niet vlug; hij staat in dat opzicht ver bij den Hindoe achter.
De gelaatstrekken van de bewoners van Java zijn in het algemeen die
van het Maleische ras, doch ook hierin openbaren zich verschillen. Het
voorhoofd van den Javaan, vrij hoog en breed, wijkt eenigszins achteruit,
terwijl het zich met zachte ronding naar kruin en slapen ombuigt. De
oogen, door dunne, gebogen wenkbrauwen gedekt, puilen daardoor vrij
sterk uit, meer althans dan bij den Soendanees, ofschoon in het algemeen
minder dan bij den echten Maleier. De oogspleet, die bij de Maleische
volken doorgaans nauwer dan bij de Europeanen, maar wijder dan bij de
meeste Aziaten en in zeer geringe mate schuin van stand is, schijnt bij
Madoereezen en Javanen doorgaans vrij ruim en horizontaal te zijn, ter-
wijl bij de Soendaneezen de schuinsche stand duidelijk wordt waargenomen.
De neus is bij het ras vrij klein, niet uitstekend, van boven plat, overi-
gens recht met eenigszins afgeronde punt en met breede vleugels en wijde,
vrij sterk geopende neusgaten. Bij de Javanen echter beantwoordt hij niet
altijd aan deze beschrijving, daar hij bij hen dikwijls gebogen is en zelfs
een haviksneus kan genoemd worden; bij de Soendaneezen daarentegen is
hij doorgaans kort, plat en breed. De mond, bij alle Maleische volken
groot, met dikke doch welbesneden lippen, is bij de Javanen grooter en
meer vooruitstekend dan bij de Soendaneezen. Fraaie, witte tanden zouden
aan al deze volken gemeen zijn, zonder de afschuwelijke gewoonte om de
tanden af te vijlen en zwart te maken. Bij het geheele ras zijn de jukbeen-
deren sterk ontwikkeld en is het overigens ovale gelaat in de bovenwang-
streek breed; maar de Madoereezen zijn bij uitnemendheid door sterk
uitpuilende jukbogen gekenmerkt, terwijl bij de Soendaneezen.het gelaat
iets vierkants heeft, dat bij de Javanen niet zoo gevonden wordt. In het
algemeen zijn bij den Soendanees de gelaatstrekken onbeduidend en wezen-
loos, terwijl zij bij den Javaan en Madoerees veel meer karakter uit-
drukken.
De vrouwen staan op Java in het algemeen genomen in welgemaaktheid
bij de mannen achter; die der lagere volksklasse althans, dagelijks aan de