Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
333
Maar mijn onleschbare dorst kwelde mij aanhoudend. Toen ik een wei-
nig verder een armen bergbewoner tegenkwam, die zich naar zijn veldar-
beid begaf, voorzien van een patjoel en (gelukkig mensch I) van een
bamboe met drinkwater, dat mij, ondanks de vuilheid 't oude vat, deed
watertanden, even als ik er eiken anderen dag van gewalgd zou hebben —
toen hield ik den gelukkigen órang-góenoeng") tegen, en had ik in
't zelfde oogenblik de vuile prop van een ineengerold stuk pisangblad uit
de opening der bamboebuis getrokken en deze met wellust aan mijn mond
gelegd. Nooit in mijn leven had ik heviger dorst geleden;......nooit
heeft een dronk mij meer verkwikt.
Toen we den Góenoeng Póetri verlaten hadden, en. over den vlakken
weg naar Taróegong voortgaloppeerden , brak de riem van mijn stijgbeugel,
en had ik 't ongeluk dezen te verliezen. En daar 't kleine ongedresseerde
en slecht getoomde paard niet in den stap te krijgen was, en ik 't harde
bultige inlandsche zadel, bij den korten, vliegenden galop, over een
ongelijken hobbeligen weg, onmogelijk zonder den steun der beugels berij-
den kon, zonder 't streelend vooruitzicht op al te gevoelige reisindruk-
ken, — zoo besloot ik af te stijgen en mijn tocht wandelend in de bran-
dende middaghitte te besluiten.
Ik kwam daardoor een kwartier later in de gastvrije woning van den
controleur aan; waar ik desniettemin met de meeste oprechtheid alle
mogelijke eer bewees aan een welvoorziene „rijsttafel" en een gulle flesch
vurigen rooden wijn.
Nog voor 't vallen van den avond en na ons door een heerlijk koud
stortbad ook uitwendig gedrenkt en verfrischt te hebben, waren we weer
in onzen wagen en op weg naar Garoet; van waar we nog een klein uit-
stapje konden maken, om, in een lichte prauw gezeten, en gewiegeld op
de kalme watervlakte van 't kleine schilderachtige meer Bagèndi'et, spele-
varend tusschen bevallig golvende oevers en welig begroeide eilandjes, de
zon achter de westelijke bergen te zien ondergaan, en de eeuwig groene,
met donkere slagschaduwen geteekende ribben en ravijnen der omringende
gebergten te zien baden in een gloed van purper en stervend licht.
t' Waren dezelfde bergen en valleien van heden, van gisteren en van
vorige dagen; maar andere en breeder schaduwen vielen op de glooiende
bergribben en in de diepe kloven neer, dan toen de zon dezen morgen
aan den anderen horizont stralend oprees.
En de lucht die toen helder doorzichtig was, maar door de brandende
zonnehitte in ongelijk verdunde lagen verdeeld werd, hulde nu berg en
dal in een half doorschijnend nevelwaas, dat de verst verwijderde kruinen
in een schemerend verschiet deed terugwijken.
En andere en schooner wolkpartijen rustten op de woudrijke ruggen en
dreven aan 't hooge luchtgewelf, en wierpen krachtige schaduwen op den
') Een houweelvormige sohop. ') Bergbewoner.