Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
331
Wolken belemmerden ons uitzicht minder dan voor een paar uren
't geval was, en we wierpen nog menigen verren blik op de heerlijke
bergtoppen van West-Java. Maar onze klimmende nood dwong ons tot spoed.
't Afdalen ging trouwens spoediger dan 't opklimmen, omdat we nu,
telkens als we een steenlaag in beweging brachten, zelf mee voortschoven
en een paar voeten op onzen weg gewonnen hadden. Daarbij lieten we
ons echter gedurig tegen de hoogere berghelling achterover vallen, om
niet door een val naar voren en beneden, aan kneuzing of zelfe aan erger
ongelukken bloot te staan. Dat we dan onze handen en armen soms deer-
lijk aan de kanten en punten der scherpe steenbrokken havenden, telden
we weinig.
Ook hadden we minder behoefte aan herhaalde verademing, daar we
wel onze knieën en enkels buitengewoon vermoeiden, maar veel minder
van onze overige spieren en van onze borst te vergen hadden. Mijn schoe-
nen , die bij 't opklimmen reeds veel geleden hadden, waren nu spoedig
geheel versleten en opengescheurd; en gedurig was ik genoodzaakt de
kleine scherpe steentjes daaniit te verwijderen, die vooral bij eiken die-
pen tred in 't lavagruis, dat de holten en ruimten tusschen de grootere
steenbrokken vulde, naar binnen drongen.
Wel wankelden en vielen we ook meer dan bij 't opklimmen; want
thans konden we niet, als toen, voor iederen stap, met hand ot voet, de
vaste ligging van eiken steen beproeven, en bij 't onzekerder neervallen
op de hiel van den lagergestrekten voet, misten we de veerkracht, die
onze tred bij 't opklimmen had, waarbij de zwaarte van 't lichaam op
't achterste been bleef rusten, terwijl de hooger voortschrijdende voet een
nieuw steunpunt zoekt. Maar we hadden weldra in dat vallen een zooda-
nige geoefendheid verkregen, dat we altijd naar achteren of zijdelings op
onze handen terecht kwamen, en, behalve eenige sphrammen in de huid
en enkele scheuren in onze kleeren, zonder letsel onzen tocht konden
voortzetten.
Toen ik tot op den grooten lavapuinstroom afgedaald was, vond ik
allengs vaster steunpunten voor mijn voeten, en beproefde ik nu en dan
in vluggeren loop dan den gewonen stap voort te gaan, vooral waar de
in aantal toenemende grootere lavablokken mij gelegenheid gaven om mijn
vaart van tijd tot tijd met de handen te stuiten.
Eenige malen verliet ik de gekozen richting om in een naburigen puin-
stroom een gemakkelijker pad te zoeken; maar spoedig moest ik van deze
trouwens vluchtelooze pogingen afzien, omdat ik daarbij gedurig de rich-
tingslijnen mijner nog hooger op de puinhelling zich voortbewegende,
tochtgenooten kruiste, en dan gevaar liep door de losgetrapte en neer-
springende steenen geraakt te worden.
Eindelijk had ik 't grootste en steilste gedeelte van den berg weer achter
en boven mij; ik was afgemat door vermoeienis en kwellenden dorst, mijn
heupen en knieën waren uitgeput en verlamd. Een vol uur had ik volge-
houden met afdalen, en nu rustte ik op een dier kolossale lavablokken