Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
330
Hat de grond onder onze voeten bewoog, en de schijnbaar steen vaste rots
als een poreus deeg onder onzen tred inzakte en meer en meer naar den
afgrond overboog, terwijl enkele brokken van den rand loslieten en dreu-
nend in de diepte verdwenen. We zochten dus langs den veiligsten en
kortsten weg en zoo voorzichtig mogelijk tenig te keeren. Ik klom in de
eerste kloof die ik op mijn weg vond af, en kon eerst toen beseffen, hoe
onvoorzichtig we geweest waren, en in welk gevaar we verkeerd hadden;
want de vuurroode lavamassa's waren zoo door en door verweerd, dat ze
afbrokkelden en ineenvielen, waar mijn hand ze als steunpunten wilde
vastgrijpen. Op vele plaatsen waren ze deegachtig week, en brandend heet,
en op de breukvlakken zoodanig aangegrepen, dat ze als met ontelbare
poriën doorboord, en met duizenden zwamvormige korsten en punten
(zwavelaluin), in alle schakeeringen van rood en bruin, oranje, geel, grijs
en wit, overdekt waren.
't Spreekt vanzelf dat ik van deze prachtige mineralen eenige exempla-
ren meenam, die echter zeer beschadigd thuis kwamen. Thans zijn ze
geheel verdroogd, en uiterst bros, en aan de oppervlakte gemakkelijk tot
poeder verwrijfbaar.
Allerwege deed zich de reuk der hier minder zichtbaar opstijgende en
dus minder met waterdamp vermengde, zwaveligzure gassen bespeuren.
Als we onzen stok in den grond duwden, dat in de nabijheid der
kloofranden niet moeilijk viel, baanden we voor nieuwe dampzuiltjes den
weg; en waar we stukken van de sterk verhitte kloofwanden lostrapten,
ontwikkelden zich de vulkanische gassen uit den verweerden bodem.
Op den vasten rotsgrond klonk onze voetstap meermalen hol, als betra-
den we een gewelf boven luchthoudende holen of kanalen. Menigvuldige,
deels vuurroode, deels grijze, of met een witte, licht verwrijfbare verwee-
ringskorst bedekte lavablokken, lagen afzonderlijk op den bodem verspreid,
die met kleinere brokken als bezaaid was.
Gaarne had ik nog uren op dezen woesten bergtop doorgebracht en
langs dezen ontzaglijken krater rondgedwaald, maar een hevige dorst had
mij naar onze waterdragers doen omzien, wier bamboebuizen echter bij
't opklimmen reeds geledigd waren.
De inspanning van den vermoeienden bergtocht had, over het gansche
lichaam, 't zweet uit alle huidporiën gedreven, en de hier meer dan op
andere bergen uiterst droge lucht, moest de uitwaseming natuurlijk nog
bevorderd hebben. Geen wonder dat de behoefte aan drinkwater zich daarbij
gedurig gevoelen deed. Toch kan men niet beter doen dan de eerste teug
zoolang mogelijk uitstellen, daar juist die teug 't zweet met nieuwe kracht
uitdrijft, en den toch niet gestilden dorst spoedig en des te heviger terug
doet keeren, en in waarheid onleschbaar maakt.
Deze dorst, die ons allen kwelde, noodzaakte ons tot den terugtocht,
dien we, met 't oog op den grooten weg dien we nog af te leggen had-
den, eer we in de gelegenheid konden komen om nieuw drinkwater te
vinden, bedaard aanvingen.