Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
326
der minst trage inlanders waren mij reeds een paarhonderd voeten vooruit
gekomen, en schenen den altijd wijkenden bergtop genaderd te zijn, toen
ik met mijn schetsen gereed was en weer verder klimmen kon.
Na eenigen tijd had ik op allen weer gewonnen, behalve op de beide
voorste Soendaneezen, die mij nog altijd een kleinen afstand voor bleven.
Maar meer en meer nam de moeilijkheid van 't ten-ein en evenzeer onze
vermoeienis toe. Menige steenklomp, die onder onzen voet kantelde, rolde
eerst in kleinere, later in ontzettend wijde sprongen naar beneden, om in
de diepte aan ons gezicht te ontgaan of, hier of daar op zijn weg, tegen
een grooter rotsblok te stuiten en in tallooze brokken uiteen te springen.
't Spreekt vanzelf, dat de mindere vastheid dezer hoogere puinlagen,
en 't toenemend aantal dier licht kantelende steenbrokken ons noodzaakten
om zoo min mogelijk in één lijn met onze voorgangers of volgers voort
te klimmen, en meer dan eens hadden we nauwlijks den tijd om voor
een neerdonderend steenblok uit te wijken, of dankten we onze veiligheid
alleen, aan de wetten der veerkracht en der botsing, die de dreigende
lavablokken hoog over onze hoofden deden heenvliegen en ver achter ons
neerslaan, terwijl de bodem dreunde onder de schokken van hun val.
En als ik zelf een steen los getrapt had, en dien in reuzensprongen
omlaag zag rollen, dan staarde ik met ingehouden adem den steenen
vluchteling na, wiens machtige val zoo licht een mijner volgers verplette-
ren kon, zoo die zich ongelukkig op mijn weg mocht bevinden. Maar
ook hier was 't waar, wat van 't vuur der batterijen op vroegere slagvelden
gold; dat 't gevaar veel geringer is dan 't ons gewoonlijk toeschijnt; omdat
de ruimte, waarin de dreigende massa's zich verspreiden, oneindig grooter
is, dan de geringe oppervlakte der levende voorwerpen, die zich in die
ruimte bewegen.
En zoo trof ook ons geen enkel ongeluk.
Maar hoe hooger we stegen, des te losser lagen de scherpkantige steen-
blokken opeengehoopt. Soms schoten onze voeten tot over de enkels, tus-
schen de beweeglijke trachietbrokken in, en moesten we ons met voor-
zichtigheid loswerkten, om zonder beenbreuk of ontwrichting, of althans
zonder een voet te verzwikken, verder te komen.
Telkens staarden we weer omhoog, en dan benijdde ik hen, die mij
nog een vijftig of honderd voeten vóór waren, en die, bij den een of
anderen rotsklomp of steenhoop, mij gedurig den bergtop nabij schenen;
totdat ook ik weer onder vernieuwde inspanning dat zelfde punt bereikt
had, en, meer vermoeid, omhoog blikkend, hen weer even ver boven
mij, en den verwijderden bergtop nog even ver van ons verwijderd zag.
Herhaaldelijk rustte ik eenige oogenblikken uit, om met nieuwen moed
den moeilijken en meer gevaarlijken tocht te kunnen vervolgen. Bijna bij
iederen tred op den hol weerklinkenden puinbodem, zonk of schoof de be-
weeglijke steen- of gruislaag onder de voeten weg, en moest men handen
en voeten uitstrekken om een genoegzamen steun te vinden; en eindelijk
werd 't terrein zoo moeilijk, dat 't noodig was vóór eiken stap, de vast-