Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
322
voortgaande, bezig met 't oppervlakkig onderzoek der steensoorten en der
weinige grond-orchideën, varens en mossen, en der enkele kleine struiken,
die hier en daar, als voorloopers van een latere plantenwereld, op en
tusschen de steenen woekerden, 't Zand droeg hier de versche indrukken
van de hoeven van een eenzamen rhinoceros, dien we bergopwaarts volg-
den, tot waar de sporen tusschen de grootere steenbrokken onherkenbaar
werden. Geen andere teekens van dierenleven deden zich aan ons voor,
op den ganschen berg, dan een kleine spinsoort, die hier en daartusschen
de steenen voortsprong en enkele wespen, die misschien afgedwaald waren.
Alleen verraste ik later nog, eenige honderden voeten beneden den krater-
rand, een sprinkhanenpaar.
Onze wandeling bracht ons spoedig op een minder gemakkelijk terrein
want langzamerhand begon de bodem zich te verheffen, en werd de hel-
ling zoo groot, dat ik die op 45 graden meende te kunnen schatten.
Daarbij nam ook 't aantal steenbrokken zoo zeer de overhand op de dieper
liggende aschlagen, dat geen enkele voetstap meer zeker scheen.
Wat, van de vlakte uitgezien, donkere strepen geleken, die in kronke-
lenden loop van den kratermond naar beneden daalden, bleken nu meer
of minder breede stroomen van grootere lavablokken te zijn. En weldra
zag ik mij genoodzaakt een dezer stroomen te volgen, want, hoe ver-
moeiend 't aanhoudend klauteren over deze groote rotsblokken en steen-
hoopen ook viel, de voet stond er toch vast, zoowel op de groote soms
ellenhooge en breede trachietklompen, als op de kleinere steenmassa's,
die, althans in deze lagere bergstreken, door de grootere rotsblokken ge-
steund, weinig- of onbewegelijk vast ineen gewerkt lagen.
Bezijden deze stroomen echter misten de steenklompen, wier afmetingen
hoogstens eenige voeten bedroegen, en wier tusschenruimten grootendeels
met kleinere steenen en lavagruis aangevuld waren, allen steun, en lagen
zij dus zoo los, dat zij onder onzen voet omkantelden en dan somtijds
in groote massa's naar omlaag begonnen te schuiven en te rollen, zoodat
wij meermalen eenige voeten achteruit zakten, eer we weer op vasten
bodem terecht konden komen. Enkele malen liet ik mij op handen en
knieën voorover vallen, om niet bij verlies van 't evenwicht achterover te
storten en gevaar te loopen van hoofd of armen en beenen te breken.
De bovenvlakte van al deze steenen was met een mos bekleed, dat in
den laatsten regentijd daarop geleefd had, maar onder den zonnegloed
van den oostmoesson afgestorven en tot ruwe en stekelige borstels verdroogd
was, die onze handen bij 't voorover vallen allesbehalve zacht opvingen.
Al deze steenblokken waren scherpkantige, weinig of niet verweerde
trachietbrokken, blijkbaar door verbrokkeling van uit den krater neerrol-
lende grootere lavamassa's gevormd, en wier gloeiend vloeibare toestand
de menigte vrije veldspaathkristallen ontstaan deed, die gelijkmatig in
't blauwgrijze en korrelige steenweefsel verspreid lagen.
Aan de oppervlakte der steenen, vooral in de lagere bergstreken, waren
deze kristallen tot dofwitte massa's verweerd, maar zij bleven glasachtig