Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
320
metaalglans. Maar wee den vijand, die het v/aagt de opening der schelpen
aan te roeren: met geweldige kracht sluiten ze zich, en de rustverstoorder
is gevangen. De spierkracht van deze dieren is verbazend, doch men moet
daarbij bedenken, dat groote exemplaren wel 25 kilogram en meer wegen
en misschien daarvan voor het dier zelf mag worden gerekend. De
krabben weten het dier machtig te worden, door een steentje snel tusschen
de schelpen te schuiven, waarna zij later ongestoord de weeke deelen van
het nu weerlooze slachtoffer kunnen verteeren.
Wij vonden op het rif kolos.sale exemplaren van dit schelpdier, waarvan
de grootste reeds gestorven waren; de bekkenvormige schelpen waren echter
zoodanig met woekerdieren bedekt, dat het schoonmaken te veel tijd zou
hebben geëischt. Buitendien waren ze te zwaar om ze over het groote rif
naar de boot te sleepen, te meer daar onze andere schatten reeds zwaar
genoeg waren.
De buitenrand van het rif was door een' dam omgeven, waarop de
golven braken die vele koralen verbrijzelden; maar eene zuivere atolvormig
was niet aanwezig: daartoe zou een veel krachtiger golfslag worden ver-
eischt dan in deze zee voorkomt. In het oog vallend was het, dat de hooge
zandheuvels alleen aan den noordwestelijken rand voorkwamen bij alle
riffen die wij zagen. Zij kunnen alleen door aanslibbing langzamerhand zijn
ontstaan.
De opkomende vloed maakte een einde aan onze wandeling op het rif;
wij keerden met onze schatten naar boord terug. Hoe jammer, dat glyce-
rine noch spiritus noch ook voorzichtig drogen in staat is de heerlijke
kleuren der verzamelde dieren te bewaren!
BEKIJMMING VAN DEN GÓENOENG GOENTOER.
In den vroegen morgen bracht een rijtuig van den regent ons naar
Taróegoeng, en daar stonden paarden en gevolg gereed, om ons op den
belangrijken tocht naar den kratertop van den Góentoer te geleiden.
We stegen onmiddellijk te paard, en reden den weg op, die naar den
zuidoostelijken voet van den Góenoeng Póetri voert; een woest voorge-
bergte , dat, van den top tot aan den voet, door een breede kloof in tvvee
hoofdruggen gescheiden is, die evenwijdig aan elkander oprijzen en met
grassen en heesterbosschen begroeid zijn.
In 't westen en noorden hangt dit gebergte met de zuidelijke helling
van den Góentoer samen; in 't zuiden en oosten loopt zijn met sdwahs
en kampongs bedekte voet in de vlakte uit.