Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
318
spelden en naalden, bonte kralen in kwasten aaneengesnoerd (een sieraad
voor kinderen), en daarnevens eene menigte soorten van specerijen en
inlandsche geneesmiddelen, zooals foelie, notemuskaat, die hier 20 cents
de honderd noten kost, salpeter van den top van den Talang, zwarte
peper, enz., te veel om op te noemen. En als een krans rondom de pasar
zijn de vruchten uitgestald: de purperen manggis, de pisang, de djamboe,
enz., die, op frissche bladeren neêrgelegd, gelijk de inlandsche lekkernijen
van rijst, ketan en arengsuiker, door vrouwen verkocht worden.
Een vluchtige blik op de pasar heeft ons geleerd wat de behoeften van
den inlander zijn; reeds voor eeuwen zijn ze zeker niet veel geringer ge-
weest. Behalve de weinige artikelen van Europeeschen oorsprong, die ge-
lijksoortige inlandsche producten hebben verdrongen, wordt der bevolking
nog hetzelfde te koop aangeboden, als ten tijde van het Menangkabou'sche
rijk. De bodem en de inlandsche nijverheid kunnen in deze gewesten oud-
tijds niet veel minder opgeleverd hebben dan thans. De Maleier kleedt en
voedt zich op nagenoeg dezelfde wijs, als zijne voorouders; zijne woning,
huisraad en gereedschappen, zoowel als de kota, schijnen onveranderd ge-
bleven, sedert Perapatih Sabatang en Kjai Tommanggoengan in het schil-
derachtig dal van Priangan Padang Pandjang de grondslagen legden van
de Maleische samenleving. De aard en het karakter van het Maleische ras,
zoowel als de natuur zelve en de omstandigheden, onder wier invloed de
bevolking geplaatst is, mogen dit verschijnsel voor een groot gedeelte ver-
klaren, — voorzeker ook, ten deele althans, de oude maatschappelijke
instellingen, die de inlandsche huishouding beheerschen.
EENE WANDELING OP EEN KORAALRIF AAN DE OOST-
KUST VAN BORNEO.
Om twee uur in den middag voeren wij met eene boot naar het naast-
bijzijnde koraalrif, welks gele zandheuvel wel M. hoog boven den
laagwaterstand zich verhief, terwijl het uitgestrekte koraalveld juist de
oppervlakte van het water bereikte. De boot werd aan een stuk koraal
vastgemaakt, en wij betraden het rif. Nog nooit heb ik zulk eene genot-
rijke en tevens moeilijke wandeling gemaakt als op deze werkplaats van
de „werklieden der zee". Wat zich voor onze oogen uitstrekte, was eigen-
lijk een reusachtig aquarium, voorzien van zeedieren van de prachtigste
kleuren. Het bij eb en vloed al- en aanstroomende water heeft in de
bovenste koraallaag een net van kanaaltjes uitgewasschen, waar het water
nu (bij eb) ons tot de heupen reikte; op de hoogere gedeelten waadden