Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
312
lander noemt de streek mooi, waar de gronden vruchtbaar en tot het aan-
leggen van sawahs geschikt zijn. Voor Kjai Tommanggoengan, en in 't alge-
meen voor de laras Kota Pilihan, bleef dus in den regel niet veel anders
dan het bergland over. Weinige sagen zijn zoo algemeen als deze onder
de bevolking verspreid.
Soms in of onder de balei-balei, maar gewoonlijk onder een afdak daar-
naast, ligt de taboeh, een uitgeholde boomstam, aan een der uiteinden
met een geitenvel overtrokken, zoodat, wanneer men hierop met een ruw
stuk hout, zooals gewoonlijk, slaat, het doffe geluid zich wijd in den om-
trek laat hooren. Het dient om de bevolking samen te roepen bij brand,
de komst van een ambtenaar, in 't algemeen bij elke omstandigheid, die
de opkomst van allen vereischt. In sommige negariën worden ookdedage-
lijksche gebeden op die wijze aangekondigd. Geldt het alleen, bevelen aan
de ingezetenen te geven, of hun 't een of ander van bestuurswege mede
te deelen, dan zendt het hoofd van de soekoe (een stam, — eenige stam-
men of groote familiën vormen te zamen de negari) des avonds, wanneer
ieder te huis is, eenvoudig iemand rond, gewoonlijk den doebalang (een
openbaar beambte). Deze slaat, gelijk een omroeper, op een koperen bek-
ken, en roept luidkeels het bevel van het hoofd of de tijding om. Woont
men in de nabijheid van een dorp, dan hoort men dit bijna eiken avond,
en denkt men zich onwillekeurig in het vaderland verplaatst. Maar soms
gebeurt het des nachts, dat de holle, doffe klanken van de galega zich
met korte tusschenpoozen doen hooren. 't Is het sein, dat zich olifanten
in de nabijheid bevinden, die het jonge rijstgewas op de sawahs vernielen,
of, hetgeen eene enkele maal gebeurt, tot in het dorp hunne strooptochten
uitstrekken. De galega, die des nachts een huiveringwekkend geluid geeft,
is soms alleen voldoende om hen te verjagen; maar niet zelden is noch
het woeste geschreeuw der sawah- of ladang-bewakers, noch een knallend ge-
weerschot , noch de droeve klank der galega bij machte om de verwoesting
te keeren, die soms het bestaan eener gansche familie vernietigt. In de
onmetelijke wildernissen, in het oostelijk gedeelte van het district Kota
VII, zijn olifanten niet de eenige nachtelijke bezoekers van het dorp. Zelfs
tijgers wagen het kippen en geiten van onder de woning te rooven. Rhino-
cerossen, hoe menigvuldig in deze streken ook voorkomend, wagen zich
zelden of nooit buiten hunne schuilplaaats.
De balei-balei en de taboeh mogen, volgens de hadat, in de negari niet
ontbreken. Zij kenmerken de negari; waar een van beide gemist wordt,
heeft het dorp op dien naam geen aanspraak. Het is dan een teratak, een
gehucht, dat niet door eigen penghoeloe's bestuurd wordt, maar door
mindere hoofden (toea's), die geheel afhankelijk zijn van het dorpsbestuur,
waaronder de teratak behoort. Zetten zich eenige lieden ergens voor korten
tijd neder, b. v. om ladangs te maken, dan heet zulk eene vestiging, die
gewoonlijk uit eenige schamele woningen bestaat, oetan. In de laatste jaren
echter wordt de hadat-negari niet streng meer gehandhaafd. Op vele plaat-
sen wordt de balei-balei vervangen door het gebouwtje, dat, hier tampat