Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
310
zijn, blijkt o. a. uit het navolgend voorbeeld. Een penghoehoe kapala,
het hoofd van eene negari, kocht op de vendutie van een ambtenaar,
die naar elders werd overgeplaatst, een tinnen meubel, zooals men er
soms op onze slaapkamers aantreft. Kort daarop gaf hij een feest, waarop
ook de controleur van het district werd genoodigd. Tot diens niet geringe
verbazing stond op het midden der feestelijk aangerichte tafel het aange-
duide stuk, dat, blank geschuurd, met rijst was gevuld en de algemeene
bewondering der aanwezigen opwekte. Tot heden toe geloof ik niet, dat
die brave lieden vermoeden, waarom de eenig aanwezige Europeaan tot
hunne teleurstelling verklaarde, dat het hem niet mogelijk was aan hun
feestelijk onthaal de noodige eer te bewijzen.
In de kleine en benauwde slaapvertrekjes, die de andere helft van het
Maleische huis innemen, vindt men gewoonlijk geen ander huisraad, dan
een katoenen matras, met een bont en vuil gordijn overhangen. Soms
staat er eene kist, waarin de harta poesaka (geld en kostbaarheden) be-
waard worden, die trouwens weinig zijn beveiligd door het bonte kleed,
dat in geringe huizen de planken omwanding vervangt, waardoor de gansche
woning overlangs in tweeën gedeeld wordt.
Na alles binnenshuis te hebben gezien, gaan we het pad weder op.
Weldra valt ons oog op een vierkant gebouwtje, waarvan het dak niet in
horens aan de uiteinden uitloopt, doch waarboven zich in 't midden een
zoogenaamde pontjak (uitstekend dak) verheft. Het is eene dorpschool,
eene soerou. De half-openstaande deur vergunt ons er een blik in te wer-
pen. Ze is inwendig geheel naakt. In een' hoek zit een kn^p neêrgehurkt,
die, met half geloken oogen, knikkebolt. De overige jongens, die hier
's morgens en een paar uren des avonds het onderricht bijwonen, zijn
thans daarbuiten aan 't werk. Op zijde van de soerou ligt een kleine vijver
niet veel meer dan eene kom, waarin de afwassching verricht wordt en te-
vens eenige vischsoorten aangekweekt worden. In de lommer der ranke
klapperboomen, die het vijvertje omringen, en der fraaie Si-kaladi en
andere waterplanten, spartelen de visschen, soms hoog opspringend, in
het koele water rond.
Niet ver van de soerou, in 't midden van het dorp, is eene groote open
ruimte, door zwaar geboomte beschaduwd. Krachtige stammen van warin-
gins, djawi-djawi's, koebangs en andere ficus-soorten breiden er hunne
knoestige takken en dicht gebladerte over uit. Een enkele ketaping (op
Java zegt men ketapan) staat daartusschen, en steekt bij het overig ge-
boomte af door zijne schrale gedaante en de in 't oog loopende kleur van
de bladeren, die, bij het afvallen, helder rood en geel gekleurd zijn, ge-
lijk in den herfst onze beuken en eiken. Deze open ruimte of plaats heet,
volgens de letterlijke beteekenis van 't Maleische woord, de \Tedeplaats,
waarschijnlijk, omdat hier de geschillen bijgelegd werden, die in vroegeren
tijd nabij elkander gelegen negarien in aanhoudenden strijd wikkelden.
Hier staat dan ook de balei-balei, het gebouwtje, waar de hoofden van het
dorp recht spreken, en de belangen van hunne negarie behandelen. Gelijk