Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
309
hare smalle, wijd van elkadr staande sporten veel overeenkomst met eene
kippentreê hebben. Al klimmend vallen ons eenige duiven in het oog, in
kooien onder den uitstekenden rand van het dak gehangen. Den ganschen
dag laten ze in de inlandsche woning hun zacht en eentonig gekir hooren.
Iets verder hangen op dezelfde plaats een paar uitgeloopen klappernoten,
waarvan de recht omhoog groeiende kiem soms boven den rand van het
dak uitsteekt. Ongemerkt door het gerimpelde moedertje, dat beneden de
woning ijverig bezig is met weven, treden we het huis binnen. Hier valt
het oog allereerst op een oven, die ter zijde van de deur is geplaatst. Eene
groote kat sluimert rustig op de warme asch. Tegenover de deur, aan den
middenwand (want de woning is overlangs door planken of een bont gor-
dijn in tweeën gescheiden), staan een paar groote kisten, die van koperen
beslagen en zware sloten voorzien zijn. Waarschijnlijk zijn ze in de XIII
en IX Kota gemaakt. De inhoud bestaat uit eenige kleedingstukken, die
met goud gestikt en met fraaie knoopjes bezet zijn; voorts uit gouden^rm-
banden en hoofdtooisels van smakeloozen, maar eigenaardigen vorm. Iets
verder, doch aan den buitenwand, staat een groote, van bamboe ruw ge-
vlochten padikorf, die tot aan de zoldering reikt. Wel te onderscheiden
zijn deze korven van de padischuren of rangkiangs, die op weinige schre-
den afstands vóór de woning geplaatst zijn, en eene opmerkelijke gedaante
hebben. Even als de woning staan ze op palen, doch'slechts ten getale
van vier, die, in 't vierkant geplaatst, naar boven wijd uitloopen. Ook de
rangkiang is met spiegeltjes, bonte kleuren en snijwerk versierd.
Op den vloer van het woonvertrek liggen ma^es, eenige kussen en
matrassen met bonte overtrekken, en ginds een paar uitgeholde pompoenen
waarin het drinkwater bewaard wordt. Langs den wand of aan bamboezen,
dwars over het vertrek, hangen wanordelijk op en over elkaär eene menigte
doeken en kleedingstukken van allerlei vorm en kleur, een werpnet van
de bekende rameh vervaardigd, bossen agen of koempoeh (biessoorten die
in menigte in de sawahs worden gevonden en tot het vlechten van mand-
jes en korven dienen), eenige donkergele djagongvruchten, die, gepoft,
eene lekkernij voor den inlander zijn, en tusschen dat alles, in bonte
wanorde, grove aarden schotels, borden en kopjes, van geen inlandsch
fabrikaat, die olie, inlandsche medicijnen of allerlei andere zaken bevat-
ten. — Vroeger at de inlander van een pisangblad, thans vindt men in
bijna elke woning een bord. Men make echter hieruit niet op, dat Euro-
peesche artikelen veel aftrek onder de bevolking vinden, want slechts zeer
weinige zijn haar tot nog toe eene behoefte geworden. Wel vindt men bij
hoofden en meer gegoeden stoelen en tafels, en zelfs Europeesche lampen,
maar zij schaffen zich deze voorwerpen minder uit behoefte aan, dan wel
ten gerieve van den Europeaan, die hen nu en dan komt bezoeken.
Boven onze lampen, b. v., die onder zijne handen spoedig bederven,
verkiest de inlander voor eigen gebruik eene walmende harspijp of, bij
feestelijke gelegenheden, de tradtioneele palita. Hoe weinig zelfs de meer
beschaafde inlanders met het gebruik van Europeesche voorwerpen bekend