Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
308
een touw door den neus was gebonden, en met den staart in de hoogte
het op een loopen zet. — De veepest, die erger dan elders op Sumatra
gewoed, en de welvaart van gansche streken verwoest heeft, zal thans maar
weinig karbouwen in de negarien hebben overgelaten.
Van huizen is slechts weinig te zien. De meeste zijn bedekt door het
loof van struiken en vruchtboomen en door eene dichte heg van koffie-
heesters, of van de welbekende poeding (Justicia picta) met hare roode
bladeren, van het pad gescheiden. Slechts hier en daar komen tusschen
het dichte loof en de bloemen der heesters, die om de woning geplant
zijn, het hooge donkergrauwe idjoek-dak en de bontgekleurde omwanding
te voorschijn, of staart u, uit het omhoog getrokken vensterluik, met
groote, verwonderde oogen een kind aan, dat, moedernaakt, met bont-
gekleurde kralen versierd is. Al voortgaande valt uw oog op eene inland-
sche woning, die bij uitzondering vlak aan den weg is gelegen. Hare bui-
tengewone lengte in verhouding tot de breedte valt in 't oog. In plaats
van ééne woning, schijnt ze eene rij van huisjes te zijn, die allen onder
hetzelfde dak zijn gebracht. Gelijk de woningen in de Soendalanden rust
zij, vier of vijf voet boven den grond, op palen, die losweg op groote
steenen staan, en, zoowel als de omwanding, aan de randen met snijwerk
versierd zijn. De levendige kleuren, rood, zwart en wit, soms ook blauw,
die het snijwerk en de gansche omwanding in breede strepen bedekken;
de blinkende spiegeltjes, die uitwendig aan de woning aangebracht zijn,
en de glanzende blikken rand om het zwarte idjoek-dak — dat alles geeft
aan de Maleische woning iets zeer eigenaardigs en vroolijks, in vergelijking
van de inlandsche huizen op Java.
Het dak der Maleische woning loopt in spitse horens uit, gewoonlijk
alleen aan de uiteinden, maar soms ook in het midden van de nok, ten
getale van twee tot zes of meer. — Op karbouwen-horens gelijkend, hoe-
wel ze, gelijk het dak, van idjoek gemaakt zijn, doen zij het vermoeden
ontstaan, dat zij een embleem zijn van het oude Menangkabou, zoo als
men uit den naam zeiven zou opmaken. Nogtans mag niet iedereen zijne
woning met horens versieren; in het district Kota VII is dit bij uitsluiting
het voorrecht der vrije Maleiers. Duiden de horens derhalve in zekeren
zin aan, door wien het huis wordt bewoond, duidelijker blijkt dit uit de
breedte van de woning. Rust zij in de breedte op vijf palen, dan mag
men aannemen, dat ze het eigendom van een hoofd of een aanzienlijke
is, en heeft zij de grootste breedte, die eene Maleische woning bereikt,
rust zij namelijk in de breedte op zes palen, dan mag men veilig beslui-
ten dat ze aan een' man van hoogen rang behoort. De meeste woningen
zijn slechts drie of vier palen breed, en hoewel ook vrije mannen daarin
huizen, zijn toch zelfs de slaven tot het gebruik van zoodanige woningen
bevoegd. De lengte der woning is van geene beteekenis. Karakteristiek is
echter aan de Maleische huizen, dat sommige aan de breedtezijde oploopen,
waardoor zij eenige overkomst hebben met een vaartuig dat op stapel staat.
Gaan we eene der trappen op, die tegen de woning geplaatst, en met