Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
306
worden ook wel eenige van de eigen slaven genomen. Daar men het laatste
slechts noode doet, wordt him vaak in schijn het hoofd afgehakt: in het
laatste oogenblik wordt n.l. het zwaard omgekeerd, zoodat slechts de
stompe zijde den hals treft. Menigeen van de arme schepsels verliest het
verstand door den doodsangst, waarin hij verkeert.
De begrippen omtrent den godsdienst komen bij de Niassers in hoofd-
zaak overeen met die van vele andere natuurvolken. Zij kennen een hoogste
wezen, wien zij de schepping der wereld toeschrijven, en waar ook de
menschen van afstammen. Hunne vereering geldt echter niet dit hoogste
wezen, maar de geesten, waarvan er twee soorten zijn, booze en goede.
De gemeenschap met deze geesten wordt tot stand gebracht door priesters
en priesteressen, die den wil en wensch der goede geesten zoeken te door-
gronden en hun' bijstand door offers, vooral in geval van ziekte, kunnen
verkrijgen. De booze geesten, die de ziekte veroorzaken, worden door list,
door geweld of door macht van wapenen verdreven. Tevens worden de
voorouders, wier beeltenissen in ieder huis aanwezig zijn, vereerd.
De waardigheid van opperhoofd is erfelijk. In den regel gaat zij op den
oudsten zoon over, maar de vader kan ook een anderen opvolger kiezen.
Van het hoogste belang is het, dat de opvolger den laatsten ademtocht
van zijn' vader opvangt. Om in zijne waardigheid bevestigd te werden,
heeft de vorst de toestemming van zijn volk noodig. De macht der vorsten
is tamelijk beperkt, daar zij zonder den raad der oudsten en aanzienlijken
niets kunnen doen.
HET MALEISCHE DORP.
Op een' afstand gelijkt een dorp in de Padangsche Bovenlanden volko-
men op eene desa op Java. Een woud van palmen, in groepen verdeeld
en ,door eene zee van sawahs omgeven: zoo doet het zich voor uit de
verte. Komt men naderbij, dan staat men verrast over den rijkdom van
kleuren en bevallige vormen. Vooral in het frissche avonduur, wanneer de
overdag zoo troebele lucht allengs is opgeklaard, en het schitterend licht
der zon, waarvoor het sterkste oog zich sluit, in zachte kleuren overgaat.
Daalt men avonds van de bergen af, die het meer en het dal van Sing-
karah van weêrszijden insluiten, en nadert men van de oostelijke zijde de
kota Singkarah (een dorp bij uitstek schilderachtig gelegen, maar overigens
van geen ander verschillend), dan staat men verrukt over het heerlijke
landschap. Het meer, waarin zich het avondrood spiegelt, fonkelt en schit-
tert met verblindenden glans, en de trotsche Merapi, die hoog boven het