Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
305
Het voedsel bestaat uit rijst, die echter maar zelden op besproeide vel-
den wordt aangekweekt, mais, zoete aardappelen en sago, verder uit vis-
schen , kokosnoten en eenige vrüchten. Hoenders en varkens worden alleen
bij buitengewone gelegenheden geslacht.
De gewone kleeding, die gedeeltelijk uit bewerkte boomschors, gedeel-
telijk uit van ananas en andere vezelplanten door de Niassers zelf geweven
stof, ten deele ook uit ingevoerde stoffen bestaat, is bij den gemeenen
man zeer gering. De vorsten in het noorden dragen als teeken van hunne
waardigheid eene gouden kroon, die aan de voorzijde van een zeer hoo-
gen hoorn is voorzien; bovendien dragen zij een langen rooden mantel
met witte voering. In het zuiden bestaat de vorstelijke kleeding uit eene
gouden veder van een voet lengte, die in den doek is gestoken, welke
om het hoofd is geslagen, verder in een lakensch of een fluweelen buis
met gouden omboordsel, benevens een gouden halsring en 8 vormigen
oorring.
De mannen dragen het haar kort. In 't zuiden is ook het tatoeëeren in
gebruik; op het geheele eiland vijlt men de bovenste snijtanden af. Als
wapens worden, behalve enkele geweren, zwaard en lans, schild, helm en
strijdbijl gebruikt.
De begrafenis, waarvoor de kist niet zelden reeds lang te voren gemaakt
wordt, mag in het noorden niet eerder plaats hebben, dan wanneer het
vereischte getal varkens bijeen is gebracht. Tot zoo lang blijft de kist met
het lijk binnenshuis staan, menigmaal jaren lang. Bij eenige stammen wordt
het gebeente van den overledene na eenigen tijd opgegraven en in een
houten menschenbeeld binnenshuis bewaard. In het noorden wordt het lijk
eerst op een paradebed door het dorp rondgedragen, vervolgens wordt de
kist buiten het dorp op eene daarvoor bestemde plaats op eene ongeveer
6 voet hooge stellage neergezet. De weelderige plantengroei overdekt dan
spoedig de stellages en de kisten met een groen kleed. Voor het begrafe-
nisfeest zijn in het zuiden, althans bij de voorname lieden, menschen-
koppen noodig, waarvan het getal meestal door den overledene vooraf
bepaald is. Men houdt het er voor, dat door de afgesneden koppen de
nog bestaande betrekking tusschen den gestorvene en zijne vroegere bezit-
ting moet worden afgesneden. De voornaamste bezittingen van een over-
leden opperhoofd, als zijn huis en zijne vrouwen, kunnen aan nienaand
worden toegewezen zonder dat een kop wordt geleverd. Behalve hier
vindt het koppensnellen bij de Niassers nog plaats in de volgende gevallen :
bij krijgsgevangenen, wier hoofden als tropeeën worden bewaard, als wraak-
neming over een' moord, bij het aannemen van een hoogeren titel
door een opperhoofd, bij het afleggen van een onherroepelijken eed en
ter betaling van den bruidschat bij bruiden uit een vorstelijk geslacht.
Enkele stammen zijn bijzonder berucht als koppensnellers. Is het getal der
benoodigde koppen te groot, dan dat men ze op de gewone manier, n.l.
door gehuurde sluipmoordenaars die in zoo mogelijk ver verwijderde stre-
ken op mannen, vrouwen en kinderen loeren, zou kunnen verkrijgen, dan
p. R. BOS, Globe. 20