Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
koek met een der kleine zijvlakken op het blok, neemt een knuppel en
slaat den koek zoover hij vliegen wil. Een aantal jongens loopen hem
na en brengen hem voorzichtig terug. De „slaender" toch heeft aangenomen
den koek, die wel van elastiek schijnt gebakken te zijn, in een bepaald
aantal slagen ten halven door te slaan. Is hem dat gelukt, dan steekt hij
hem in den zak, of knoopt hem bij de andere, die hij al gewonnen heeft,
in den zakdoek. Gelukt het hem niet, dan betaalt hij hem meer dan dub-
bel en de eigenaar der kraam legt het gehavende en bemorste ding neer
om het aan de „guus" (kinderen) te verkoopen. Alweer wat verder speelt
men „reesje af", of op de „schreve".
„Reesje-af". Tien, twaalf of meer jongelui leggen ieder even veel centen
neer. Een hunner zet die in eene lange, vrij dichte rij en geeft een kogel
aan hem, die nummer één geloot heeft. Deze zet zich in postuur en rolt
den kogel langs de rij met centen. Gooit hij nu bijvoorbeeld de twintig ach-
terste af, dan raapt hij ze op, steekt ze in den zak en geeft den kogel
aan nummer twee. Maar, had hij er nu eens twintig afgegooid en was de
achterste blijven staan, dan had hij er twintig centen moeten bij zetten.
Menigmaal gebeurt het dat er aan centen, dubbeltjes en kwartjes meer dan
het weekgeld van een werkman op zulk eene rij staat.
„Op de schreve". Men trekt eene rechte lijn en beurt om beurt gooit
men er met centen naar. Hoe dichter bij de lijn of „schreve", hoe beter.
Ieder gooit met een bepaald aantal centen. Over de lijn is „in 't zakje",
dat wil zeggen, ze zijn voor hem, die het eerst van allen het aantal centen,
dat vóór de lijn lag, mag opgooien. De „leeuwen" zijn voor hem en de
„letters" worden door nummer twee opgegooid. Van „kruis of munt" weet
men hier niet.
Sommige spelen ook weer wat anders.
„Gee' m'n de zesse!" zegt de een, en de ander geeft ze.
Nu plaatst hij, die de „zesse" gevraagd heeft, zich op eenigen afstand van
een putje, gooit de twaalf centen er in en telt ze die er in of uit zijn. Is dat
getal nu „paer" (even) dan zijn ze voor hem, is het „onpaer" (oneven)
dan zijn ze voor den ander. Men speelt dit spel ook in Den Haag met
knikkers, doch daar is oneven gewonnen en even verloren. Dit spel zoowel
als „reesje af" en „op de schreve" wordt door de schooljeugd het heele
jaar door gespeeld, evenwel niet met centen, maar met knoopen, duiten,
knikkers, griftjes, stukjes lood en koper, enz. Al die dingen bij elkaer
noemt men „oud goed". De „derde Paese" wordt door het vrouwelijk
gedeelte der bevolking gevierd door touwtje-springen. Na dien tijd ziet men
't springtouw niet meer.
Maar eindelijk komt de „derde Pienkster". Dat is voor Oostsouburg een
dag der dagen! Dan is het kermis! Kermis van één dag!
Reeds weken van te voren wordt er gesproken van „rienkrie (ringrijden),
rienkloope en balgooien.
Zij, die zich vereenigd hebben tot ringrijden geven aan eenen man, die
dien dag dienst zal doen als oppasser, en dat is bijna ieder jaar dezelfde,