Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
300
ten; de straten zijn er vuil en ongeplaveid; verderop echter vindt men
huizen van baksteen en weldra geheele straten, die de mooiste gedeelten
van Londen herinneren. Zoo is het met de meeste steden van Bengalen;
zij onderscheiden zich zeer ongimstig van de meer westelijk gelegene ste-
den. De magere bewoner ven Bengalen, de Bengali, met zijn laaghartig,
sluw voorkomen, steekt zeer ongunstig af bij den krachtigen Sikh, den
rechtschapen Radsjpoet en den flink gebouwden Hindostani. De Bengali
heeft niets Arisch aan zich als zijne taal en eenige fijnere gelaatstrekken;
voor 't overige is hij een geelhuid.
Moersjibadad is met den grooten Delhi-Calcutta-spoorweg door een'
zijtak verbonden. De trein bracht den Franschen reiziger naar Bardwan,
langs groote, eentonige vlakten, waarop hier en daar groepen palmen
stonden; de dorpen bestonden uit opeenhoopingen van hutten, door moe-
rassen omgeven. Door de hitte verheffen zich uit de rijstvelden dampzuilen,
die groote blauwe gordijnen vormen. Overal is water, en als de boer in
den grond graaft, komt er water te voorschijn. Twee derde deel van Ben-
galen kan eigenlijk land noch water heeten: 't is eene slijkmassa, welker
oppervlakte door de hitte der zon gedroogd is. In een ander klimaat zou
Bengalen een ontoegankelijk moeras zijn. De onophoudelijke strijd tusschen
zon en water doet miasmen ontstaan, die de vreeselijke Aziatische cholera
veroorzaken. Hier is haar vaderland, van waar zij door Hindoe-pelgrims
naar het westen en door Mohammedaansche geloovigen naar Mekka is
overgebracht. De cholera is heerscheres in deze delta-dorpen , die te midden
van natte rijstvelden liggen; een kort verblijf in deze streken kan voor den
Europeaan zelfs doodelijk worden.
Bardwan ligt aan den Damnioeda-arm en heeft ongeveer 54 000 inwo-
ners. Daar resideert een vazal-vorst, die over eene oppervlakte van 105 □
mijlen als „Maharadzja" gebiedt, maar als Britsch onderdaan eene schat-
ting betaalt, die 40®/,, van zijne zuivere inkomsten bedraagt. Op die 105
n ni. wonen 1854150 menschen, eene bevolking zoo dicht, als in de
volkrijkste deelen van China. Als geheel Voor-Indie even dicht bevolkt
was als Bardwan, dan zou het 800 millioen inwoners tellen, d. i. van
alle menschen op aarde. De „Maharadzja" is een benijdenswaardig vorst;
hij houdt geene soldaten, heeft met de rechtspleging niets te maken, heeft
geen oorlog of omwenteling te vreezen, terwijl hem alle eerbetuigingen
van een' souverein worden bewezen. Hij draagt er zorg voor, dat de stra-
ten der stad, die met boomen zijn beplant, in goeden toestand blijven.
Tusschen de hutten staan kokos- en arekapalmen, en de waterbekkens
zijn met breedbladige lotosplanten bedekt. De bewoners hebben geheel
het Bengaalsche type en gaan bijna geheel naakt, daar zij slechts een
schort om de lenden dragen; welgestelde lieden dragen een kleed van
mouseline. Allen scheren het haar kort. De „Maharadzja" heeft met de
oude overlevering gebroken en draagt een met goud gestikten Europeeschen
jas, een broek en eene fluweelen muts. Hij heeft veel op met zijn prach-
tig park, dat te\ ens eene soort van smaakvol aangelegclen botanischen tuin