Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
298
breeden gordel van landerijen, die hier en daar door heidevelden wordt
afgebroken. De vlakke kust, waar men langs ziet, springt met ongelijke
tusschenruimten in spitse voorgebergten vooruit, die dan het vrije uitzicht
belemmeren, tot men ze voorbijgegaan is. Toch ziet men reeds spoedig
bij eene bocht van den weg voor een enkel oogenblik de ver vooruitste-
kende landtong van Tyrus (tegenwoordig Soer geheeten). Een duidelijk
gezicht op deze stad heeft men eerst van de ruïne van een' khan aan de
overzijde van den Nahr-el-Kasimijeh (Leontes). Deze rivier, in de oudheid
de grens tusschen 't gebied van Sidon en dat van Tyrus, stroomt daar
waar de .weg er over gaat, door groote rietbosschen; verder naar den
mond wordt de stroom ondiep. Wie hem daar ziet, zou bezwaarlijk den
helderen bergstroom van den Libanon herkennen. Aan zijne oevers doen
bouwvallen herhaaldelijk aan vervlogen eeuwen denken. Maar nog meer
doet dat het stadje Soer, waar de ontdekkingen der laatste jaren veel aan
het licht hebben gebracht, dat kan dienen om ons een beeld van het
oude Tyrus voor den geest te roepen.
EENE REIS PER SPOOR VAN BENARES NAAR CALCUTTA.
Van Benares naar Calcutta voert de spoorweg over de Karamnasa, eene
bijrivier van den Ganges, de Styx der Hindoes. De lijken, die men in de
rivier werpt, komen naar het volksgeloof in den duisteren Patal, de woon-
plaats van demonen en slangen. Hoewel hare oevers vervloekt zijn, liggen
er welvarende dorpen aan, en het water is gezond en welsmakend. De
locomotief bruist voort doot eene volkomen vlakke landstreek en komt
aan de Sone, een heerlijken stroom, waarover eene prachtige brug ligt.
De reiziger is nu in Behar, het oude rijk Maghada, waar vroeger talrijke
Boedhisten-kloosters lagen. Het landschap ziet er vriendelijk tiit: te midden
van de rijstvelden staan palmen en mango's, bij de dorpen bananen en
dadelpalmen. De hoofdstad is Patna, op de plaats van het oude Palibothra,
de eens zoo schitterende vorstenstad, van welker vroegere pracht geene
.sporen meer aanwezig zijn. De bazaars zijn eng en vuil, maar de handel
is niet onbelangrijk. De inwoners zijn voor 't grootste deel Hindoes, mager-
der en donkerder van kleur dan de westelijke stamgenooten. Het aantal
inwoners beloopt ongeveer 280 000. De radzja's en zemindars uit het nabu-
rige landschap Tirhoet zijn zeer rijk; zij bezitten groote landerijen en
verbouwen indigo.
Een uitstapje naar Gaja, dat vroeger het belangrijkste middelpunt voor
het Boedhisme was, is zeer interessant. Nu is het eene Brahmaansche