Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
293
lagen; met geweld worstelde de dag zich uit den nacht te voorschijn. De
chaos werd in wilde wolkenmassa's verscheurd, die her- en derwaarts
vlogen, en daar beneden vertoonde zich eene bonte kleurenpracht: het
rijk getooide land, het bloeiendste deel van Syrië, de wouden en de hel-
lingen van den Libanon, de tuinen, de moerbezienboschjes, het blinkende
Beiroet op de brandende kust, de blauwe spiegel der Middellandsche zee,
waarop de visschers en de witte zeilen der schepen rondzwalkten. Het was
één enkel heerlijk oogenblik, waarin alles in de schoonste harmonie met
elkander was; één enkel oogenblik slechts: daar trad reeds de zon te
voorschijn en versneed met hare scherpe stralen de zachte tinten tot scherpe
en hoekige omtrekken. Weldra stond zij als een gloeiende kogel boven
den drogen en stoffigen weg, waarlangs wij langzaam en vermoeid neer-
daalden, om, dorstend naar verfrisschend water en verkoelende schaduw,
op het heete middagiuir op onze muildieren Beiroet te bereiken.
Des namiddags huurde ik eene kleine visschersboot, om de rivier Lykus
te bezoeken, den Nahr-el-kelb der Arabieren. Wij voeren langs eene zan-
dige, eentonige kust, die naar het noorden door een scherp vooruitsprin-
gend voorgebergte werd afgesloten. Dit voorgebergte (Rös-el-kelb) voeren
we om; wij bevonden ons voor de monding van de rivier, en de verraste
blik drong plotseling diep in het hart van het rijke land dooi, waaniit
deze heldere ader des levens te voorschijn kwam. Langs de schuimende
watervallen van den stroom drongen zich de wanden van het enge dal in
.schilderachtige groepeering steeds dichter naar elkander toe, overal bekleed
met planten. Wijnstokken stonden op de hellingen, maar daar tusschen
kronkelde zich klimop in sierlijke wendingen; klimop omrankte de pilaren
van eene oude Romeinsche brug, die over den stroom lag; klimop woe-
kerde om eene in puin gevallen waterleiding; klimop .sierde de tegen eene
rots geleunde hut van een' wjngaardhoeder, en uit de dichte klimopstrui-
ken klonk het klokje van het Maronieten-klooster, dat boven op eene
steile helling was gebouwd. De Libanon opende zich, die, zooals de Ara-
bische dichters zingen, op zijne kruin den winter, op zijne schouders de
lente, in zijn' schoot den herfst draagt, terwijl aan zijne voeten een eeuwige
zomer heerscht. Aan den Nahr-el-kelb, den hondenstroom, staan die won-
derlijke beelden, waarin Egyptische en Assyrische kunst vermengd zijn;
daar grensden de beide oude rijken aan elkander, die vóór het begin der
geschiedenis reeds den loop der gebeurtenissen leidden. De oudste figuren
dragen een Egyptischen stempel; daar naast staat een Assyrisch koning,
die dreigend de hand naar de zee uitstrekt. De beelden zijn in twee vlak
gemaakte rotswanden uitgehouwen, die steil naar de kust afloopen. Eene
rij klippen, die ze vroeger daarvan scheidde, ligt in groote steenmassa's
verbrokkeld in de golven, en naar de gids meende, kon men in één daar-
van nog de gedaante van een' hond zien, waarnaar de rivier haar naam
heeft ontvangen. (De hond werd in deze streken als heilig beschouwd, en
het bovenbedoelde beeld is volgens de sage hol geweest, zoodat de daar
in waaiende wind een gehuil of geblaf maakte, welk geblaf luider werd,