Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
286
ging om in vertikale richting te splijten. Ten gevolge van deze laatste
eigenschap ziet men soms lösswanden van eenige honderden voeten hoogte.
Zoo vergezelt een 500' hooge eentonige gele wand, alleen hier en daar
door diepe kloven afgebroken, de Gele rivier op haar zuidelijken oe\'er
over eene groote uitgestrektheid. In dezen wand en ook in andere derge-
lijke wanden zoekt men te vergeefs naar lagen, die in stoffen uit water
bezonken, altijd voorkomen; wel bemerkt men hier en daar banken van
löss-mannetjes. Deze banken, die in ongeveer horizontale richting liggen,
zijn oorzaak van een bijzonder verschijnsel. Was het löss ééne volkomen
homogene massa, dan zouden alleen onafgebroken vertikale wanden voor-
komen. Dit is echter niet het geval. Vaak toch ziet men hellingen, die
trapsgewijze opklimmen, en dit verschijnsel wordt door de banken van
löss-mannetjes veroorzaakt. Wel vertoont iedere lössbank een loodrechten
wand, maar daar vóór maakt de bank van löss-mannetjes, dat op de
oppervlakte van deze hardere, beschermende bank eene grootere of kleinere
vlakte kan ontstaan, tot ook deze weder afbreekt en een nieuwe steile
wand ontstaat. Hoe dichter de banken van mergelknollen bij elkander
liggen, des te beter is het terrassenlandschap als trap te gebruiken.
Het löss komt in China over eene groote uitgestrektheid voor, hoofd-
zakelijk in 't gebied van den Hwang-ho. Het löss-gebied begint 160 G. M.
ten westen van de golf van Petsjili en reikt westwaarts, tot waar op een
rechten afstand van 840 G. M. van de kust voorbij de laatste bijrivieren
van den Hwang-ho het steppengebied begint. In 't noorden komt het voor
tot dicht bij de grenzen der Mongoolsche steppen en in 't zuiden tot even
voorbij den Wei-ho, rechter bijrivier van den Hwang-ho. Bovendien komt
het löss in China nog sporadisch voor. Het geheele hoofd-lössgebied is
ongeveer zoo groot als Duitschland; het geheele verbreidingsgebied in
China is evenwel nog ongeveer de helft grooter. Het wordt gevonden van
den zeespiegel af tot op hoogten van 1800 M. (in de provincie Shan-si),
ja tot op 2400 M. boven de zee.
Over den vermoedelijken oorsprong van het löss zal hier niet worden
gesproken; we zullen er ons toe bepalen, in enkele hoofdtrekken den in-
vloed na te gaan, dien deze eigenaardige grondsoort op zijne bewoners
uitoefent.
Het löss strekt zich in groote massa's over berglandschappen uit, zoo-
danig, dat het de laagten vult, de spitse toppen weliswaar vrij laat, maar
ze vereenigt door zacht gebogene vlakken. Maar deze zacht gebogene opper-
vlakte verbergt groote hinderpalen voor het verkeer, grooter menigmaal
dan een gewoon berg- of heuvellandschap. Geene afdeeling cavalerie kan
het wagen over die schijnbaar zoo onafgebroken vlakte te jagen, en zelfs
de voetganger is verloren, als hij zich niet aan de gebaande wegen houdt.
Want in dien bodem heeft het water diepe beddingen uitgeslepen. Een
voorbeeld. De stad Ping-yang-fu aan de Fönn-ho, ligt in een rondom ge-
sloten, vlak bekken, welks middelste gedeelte uit meervormingen bestaat.
De laatste wanden, waarin het löss zich naar deze zijde verheft, zijn niet