Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
285
HET CHINEESCHE LOSS-GEBIED.
Noordelijk China wordt door eene grondsoort bedekt, die op het karak-
ter van het land, de uitbreiding van den landbouw, de grenzen der men-
schelijke beschaving en de ontwikkeling van den staat een zoo grooten
invloed heeft als haast geene andere grondsoort ergens ter wereld. Het is
(Jezelfde aarde, die door de bewoners van het Rijndal „löss", door ons
„Limburgsche klei" wordt geheeten, eene zeer fijne, bruingele aard-
soort, die gemakkelijk tusschen de vingers kan worden fijngewreven en
toch ook weer zoo vast, dat, waar stroomend water groote massa's
heeft doen neerstorten, het löss dat is blijven staan, loodrechte wanden
vormt van eenige honderden voeten hoogte. In de uiterst fijne hoofd-
massa komen hoekige, niet-gerolde zandkorreltjes voor en koolzure kalk,
die ten deele met het bloote oog reeds zichtbaar is en waarvan de
aanwezigheid langs scheikundigen weg gemakkelijk kan worden aangetoond.
Ieder van deze bestanddeelen speelt zijne gewichtige rol: de fijne gele aarde
wordt door de rivieren, welke door het lössgebied stroomen, meegevoerd,
en daaraan hebben de Hwang-ho {= gele rivier) en de Gele zee kleur en
naam te danken; het zand vormt banken in den stroom, zoodat dan ook
de Hwang-ho van weinig belang is voor de scheepvaart; bij overstroo
mingen wordt een gedeelte van de kalk met het overige slib als een
vruchtbaar laagje over de Chineesche laagvlakte uitgespreid, terwijl een
ander gedeelte in de zee wordt gevoerd.
Het löss is voorzien van zeer fijne buisjes, die zich op de wijze van
haarwortels bij planten vertakken en meestal met eene dunne witachtige
korst van koolzure kalk bekleed zijn, eene eigenschap, die voor de löss-
gebieden van zeer groot belang is. Want ten gevolge van deze loodrechte
haarbuisjes-textuur zuigt het löss het water op als eene spons. De hevigste
regens laten slechts geringe sporen op zijne oppervlakte achter; vandaar
in de eigenlijke löss-streken het onbreken van meren en van bronnen. De
laatste treft men alleen aan, waar het vaste gesteente aan de oppervlakte
komt. Waar op de wegen de eigenaardige textuur van het löss door de
wagenraderen vernield is, daar verandert de bodem in een kalkrijk leem,
dat het water niet doorlaat, zoodat dan ook de wegen in deze gewesten
na sterke regenbuien haast onbruikbaar zijn.
In het löss komen zoogenaamde „löss-mannetjes", of, zooals de Chineezen
ze noemen, „steengember" voor, mergelknollen, die meestal eene lang-
werpige gedaante hebben en in grootte zeer verschillen: ze wisselen af
tusschen de grootte van eene erwt en een' voet lengte. Verder treft men
er in aan huisjes van landslakken en beenderen van fossiele zoogdieren.
Kenmerkend voor het löss is het totaal gemis aan lagen en verder denei-