Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
283
ringen gebleven. In dat jaar maakten de Kitan, een Tataarsch volk,
oorspronkelijk uit het zuiden van Mantsjoerije stammende, nadat zij het
noorden van China hadden veroverd, deze stad tot hunne zuidelijke resi-
dentie en noemden ze Nanking. De Kitan vi^erden in 't begin der 12e
eeuw door de Tsjoertsje, een volk uit noordelijk Mantgoerije, vernield,
en nadat deze laatste zich in Noord-China hadden gevestigd, kozen ook
zij Peking tot hunne residentie. Dat gebeurde in 1153, en de stad heette
voortaan Tshung-tu of Yen-king. In 1215 veroverd Dsjinghis-Khan Peking.
P^n zijner opvolgers, de groote Kubilai-Khan, sloeg hier in 1260 zijne
residentie op en noemde de stad Khan-balik {= stad van den Khan). In
1368 werden de Mongolen uit China verdreven en in 't begin der 15e
eeuw verplaatste keizer Yunglo, de derde uit de Ming-Dynastie (1368—1644)
zijne residentie van het tegenwoordige Nan-king (=: zuidelijke residentie)
naar Peking noordelijke residentie). In 1644 namen de Mantsjoes be-
zit van Peking.
Maar gedurende de drieduizend jaren, die de geschiedenis van Peking
telt, heeft de stad niet altijd op dezelfde plaats gestaan. De Tataarsche en
Chineesche dynastieën die elkander opvolgden, bouwden hare paleizen
op eene andere plaats, en daarmede werden ook de muren der stad ver-
plaatst.
Het tegenwoordige Peking verheft zich met zijne uitgestrekte muren op
eene groote zandige alluviale vlakte, die in het noorden en westen door
gebergten wordt begrensd, terwijl zich naar het zuiden het vUkke land
tot verder nog dan de Gele rivier schijnt uit te strekken en in het oosten
en zuidoosten tot aan de zee reikt. De stad ligt op ongeveer 40° NB. en
1161/2° 01/. v. Greenwich. De stadsmuren omsluiten twee vrij regelmatige
vierhoeken, van welke de noordelijke gewoonlijk de Tataren- 01 Mantsjoes-
stad wordt genoemd, de zuidelijke daarentegen onder den naam van Chi-
neezenstad bekend is. Dit zijn echter namen, die bij de Europeanen in
gebruik zijn. De Chineezen noemen de noordelijke helft de binnen-, de
zuidelijke helft de buiten-stad, en deze benamingen zijn in zooverre goed,
als de zuidelijke stad oorspronkelijk slechts eene voorstad was. De beide
deelen zijn door een' muur gescheiden, waarin drie poorten; de Mantsjoes-
stad heeft bovendien nog zes, de Chineezen-stad zeven poorten, die naar
buiten voeren. Midden in de noordelijke stad bevindt zich de ommuurde
Keizersstad met vier poorten naar de vier windstreken. Een groot deel
daarvan wordt door keizerlijke paleizen en tuinen ingenomen, het kleinste
deel is stad.
Als men in den zomer van een der naburige bergtoppen een' blik slaat
op de vlakte van Peking, dan maakt de stad den indruk van een kolos-
salen met muren omgeven tuin, uit welks midden zich een eigenaardige
berg met kiosken op zijne toppen verheft. Het is de met bosch bedekte
King shan, gewoonlijk Mei shan, Kolenberg, genoemd. Onder het volk
leeft eene overlevering, volgens welke deze berg door kunst zou zijn ge-
vormd en steenkolen zou bevatten, die in geval van een lang beleg dienst