Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
281
5- De Turken of Toeroeken, een weinig talrijk volk, bewonen eenige
dorpen.
6. De Kasjgariers zijn nauw verwant met de Oesbeken.
7- De Kara-Kirghiezen leiden een zwervend leven in de bergen; de
oorlogszuchtigste van hunne stammen, de Kiptsjaken leeft in de bergen op
den rechter oever van den Syr-Datja.
8. Van de Zigeuners zijn hier twee stammen, waarvan de eene vaste
woonplaatsen heeft; hunne huidkleur komt bijna met die der Europeanen
overeen, en het zijn bijna allen Mohammedanen. De tweede stam is
donkerkleurig, groot en krachtig; het zijn nomaden en heidenen.
Het Oesbeken-type is zeer karakteristiek, en daar deze stam de kern
der bevolking van Ferghanah vormt, zullen mj er een oogenblik bij stil-
■staan.
De Oesbeken, vroeger de heerschende stam in Centraal-Azië, zijn een
volk van gemengden oorsprong. Sedert lang namen zij Tadsjikinnen, Per-
zinnen en Kirghiezinnen tot vrouwen; desniettegenstaande hebben zij enkele
bepaalde kenmerken, die dadelijk in het oog vallen.
De Oesbeke is middelmatig lang en mager; zijne huid is gebruind, vaak
naar 't gele trekkende; de haren zijn zwart, rood, zelden donkerbruin,
en glad; de baard is weinig ontwikkeld, zwart, rood, zelden bruin. Ter-
wijl de baard zich bij den Tadsjik het eerst op den wang vertoont, komt
hij bij den jongen Oesbeke het eerst op de kin voor den dag. De oogen,
bijna altijd eenigszins scheef staande, zijn zwart, enkel groenachtig of grijs; de
neus heeft een breeden basis, is kort en recht. De lippen zijn meestal dik
en omgekruld; het voorhoofd is recht of een weinig gewelfd, nooit zeer
hoog; de mond is groot, de kakebeenen zijn .sterk ontwikkeld, evenals de
jukbeenderen. De omtrek van het gelaat is hoekig. De ooren zijn groot
en staan van het hoofd af. De lichaamsbouw is niet heel krachtig, de lede-
maten zijn klein, de beenen krom ten gevolge van het vele rijden.
We laten nu nog iets volgen over de plaatsen.
De Centraalaziatische steden gelijken haast alle oj) elkander: lage van
aarde gebouwde huizen zonder vensters; enge, kromme, vuile, oneffene
straten; meer of minder drukke bazaars; hier en daar paleizen met slanke,
fijn gebeeldhouwde houten pilaren en levendig en mooi beschilderde hou-
ten zolders, groote medressen (scholen) en moskeeën, wier stoute bogen
en koepels de eenige getuigenis afleggen van een grootsch verleden der
bouwkunst. Dit alles geldt van Margellan, Osj, Andidsjan en Namangan.
Osj ligt schilderachtig rondom den rotstroon van Salomo, en als de rei-
ziger of de pelgrim op deze puntige rotsen is geklauterd, dan geniet hij
een heerlijk uitzicht, want de vale leemen huizen verdwijnen dan onder
eene weelderige zee van loof. Het klimaat in Osj is ook veel aangenamer
dan dat van Margellan. In Juli 1877 steeg de hitte in Margellan tot 40°
C. in de schaduw, in Osj slechts tot 25° C. Andidsjan bezit eene mooie,
nieuwe bazaar, en het park in 't midden der stad nabij het vroegere vor-
stelijke paleis is zoo uitgestrekt, dat men daar in op de hazen- en patrij-