Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
277
gauten den Boedhistischen godsdienst; 't zijn landbouwers, die den linker
Ili-oever van Kent tot aan de steppe bewonen; ze zijn ontstaan uit de
vermenging van Chineezen met Kalmukken.
8. De Solonen (770 zielen) vormen het overblijfsel van eene vroegere
kolonie van Chineesche militairen; ze zullen ten gevolge van het misbruik
van opium waarschijnlijk geheel uitsterven. Ze bewonen de bouwvallen van
eenige steden.
9. De Mantsjoe's zijn weinigen in getal; zij wonen in Koeldsja en eene
voorstad daarvan; ook zij zijn door het misbruik van opium lichamelijk
en zedelijk verzwakt.
10. De Chineezen (2850 zielen), het overblijfsel van eene vroeger wel-
varende bevolking, bewonen eene afzonderlijke wijk in Koeldsja en ver-
schillende andere plaatsen.
11. De Chambing is een Chineesche stam, die een Chineesch dialect
spreekt.
Bovendien wonen in de steden nog Sarten en Russen.
Zoo heeft het Ili-bekken eene bevolking, uit zóó verschillende bestand-
deelen bestaande, als misschien nergens ter wereld op zulk eene kleine
oppervlakte worden aangetroffen.
DE A I N O 'S.
De Aino's zijn de oorspronkelijke bewoners van de Koerilen, van Sacha-
lin en het Japansche eiland Jeso. Tot denzelfden of althans tot een ver-
wanten stam behooren de Giljaken, die op het vastland tegenover Sachalin
wonen. Op dit gedeelte van het Aziatische continent, ten zuiden van den
Amoer zijn de Aino's waarschijnlijk de oorspronkelijke bewoners, doch
door de vooruitdringende Toengoezen werd hun gebied steeds meer be-
perkt. Hoewel de Aino's reeds eeuwenlang met de Japanneezen verkeeren, —
moge het dan ook meestal op geen vriendschappelijken voet zijn geweest,—
hebben zij niets van deze buren overgenomen; zij staan op den laagsten
trap van ontwikkeling. Sommigen beschouwen hen zelfs als ongeschikt voor
beschaving; anderen zijn echter niet van die meening. Hoe het ook zij, ze
schijnen evenals andere volken, b.v. de Amerikaansche Roodhuiden, de
Nieuw-Hollanders, de Maori's van Nieuw-Zeeland, niet tegen den invloed
van eene vreemde, hoogere beschaving bestand te zijn en ten gevolge
daarvan ten onder te gaan. Dat deze strijd in Japan duizenden jaren duurt
en nog niet geëindigd is, heeft waarschijnlijk hierin zijn' grond, dat de
Aino's nog altijd gelegenheid hadden, verder naar het noorden te wijken.