Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
276
Mongoolsche gelaatstrekken ziet men aan verschillende kenteekenen de sterk
sprekende vermenging met Iransch bloed. Zijn baardgroei is dikwijls
weelderig, borst en armen zijn behaard, en de afstand van de binnenhoeken
der oogen is niet zeer groot; darbij heeft hij de kleine welonderhouden
handen der Kirghiezen en Tataren. De Tarantsjen-vrouwen, die zich on-
gesluiererd op de straat vertoonen, hebben veel hoekiger gelaat dan de
Sartinen van Ferghanah *); haar tint is vaak zeer donker en heur haar
gitzwart. Ondanks de ijverigste nasporingen heb ik geen blonden Tarantsje
kunnen ontdekken. De Tarantsjen (bijna 52000 zielen) zijn het talrijkste
en het meest voor ontwikkeling geschikte volk van het Ili-bekken; met de
Russische heerschappij zeer tevreden, hebben zij zich spoedig in de nieuwe
toestanden weten te schikken en velen van hen bekleeden tegenwoordig de
betrekking van ambtenaar.
2. De Doenganen (ruim 4000 zielen) zijn, zooals men gewoonlijk aan-
neemt, mohammedaansche Chineezen. Hun type wijkt echter belangrijk
van dat der Chineezen en Mantsjoe's af Over 't geheel zijn ze groot, sterk ,
vaak gezet, en hebben aangename gelaatstrekken; het gezicht is ovaal, de
neus groot, krom en sterk vooruitstekend; de lippen zijn vleezig en de
grootte van den schedel wijkt aanzienlijk van dien der andere Centraal-
aziatische volken af. De Doenganen zijn een nijver volk, evenals de Chi-
neezen; ze wonen in het Ili-bekken meestal in de steden. De Tarantsjen
bewonen den rechter oever van den Ili van het punt af, waar hij dezen
naam aanneemt (de Ili ontstaat uit de samenvloeiing van den Koenges en
den Tekes) tot in den omtrek van de stad Koeldsja; men vindt ook
Tarantsjen-dorpen in het dal van den Kasj en aan den linker oever van
den Ili rondom Kent, alsmede aan de in het zand verdwijnende bijrivieren.
De Doenganen bewonen uitsluitend drie dichtbij elkaar gelegen steden,
die sedert de heerschappij der Russen weer zijn begonnen te bloeien.
4. De Kirghiezen (Kaizaken) zwerven rond in het Borochor gebergte
aan de noordzijde van het Ili-bekken; hun voorkomen is hetzelfde als dat
van de Kirghiezen van het Zevenstroomenland en West-Siberië.
4. De Kara-Kirghiezen, die des zomers met hunne kudden uit het Issik-
koel-gebied in dat van het boven Tekesdal komen.
5. De Kalmukken (bijna 16000 zielen) bezitten twee plaatsen, waar zij
hunne tenten opslaan, n.l. in het dal van den Kasj en in dat van den
Ili. Zij zijn echte Mongolen; bij geen volk in het Ili-bekken is de schedel
zoo groot en hoekig, staan de oogen zoo ver van elkander en steken de
kaken en de jukbeenderen zoo sterk uit. 't Is een eerlijk en eenvoudig
volkje.
6. De Targauten zijn een uit Karasjgar gekomen Kalmuksche stam.
7. De Sibo's (18300 zielen) belijden evenals de Kalmukken en Tar-
') Ferghanah is de naam, dien het voormalige klianaat Kokand heeft ontvangen,
een gebied aan den bovenloop van den Syr-Darja, de jongste verovering van de
Russen in Centraal-Azië.