Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
274
metalen en steenkolen. Dit kleine land bezit alles wat de menscb slechts
kan wenschen; het zou een paradijs zijn, als de mensch het had gewild.
Om dit te verklaren, moeten wij de geschiedenis te hulp roepen. De
ligging van het land maakte het tot eene poort, waardoor alle stammen
trokken die het hoogland van Middel-Azie verlieten om de westelijke vlak-
ten te overstroomen. Zij trokken alle door Dzjoengarije, vochten met hen
die hun den weg wilden versperren en lieten in deze vruchtbare streken
een grooter of kleiner getal van hunnen stam achter. Dit voortdurende
heen en weer trekken maakte het Ili-dal tot een bloedig slagveld, en de
verovering van het land door de Chineezen bracht er eerst rust en vrede,
voorspoed en welvaart. Spoedig ontwikkelden er zich handel en nijverheid;
staatkundige misdadigers uit het eigenlijke China werden hier heen gezon-
den, en weldra veranderden deze menschen in vreedzame en vlijtige kolo-
nisten. Het land werd overal bebouwd en talrijke kanalen veranderden den
steppenbodem in vruchtbare velden; welvarende dorpen ontstonden, groote
fabrieksteden verrezen, en in korten tijd was het geheele land één groote
tuin. Ongelukkig is alles sedert de laatste 15 jaren geheel veranderd.
Voor ongeveer 140 jaren verbanden de Chineezen een groot aantal
muzelmansche familien uit Oost-Toerkestan naar het Ili-bekken; dit waren
de grootvaders van de Tarantsjen. De Chineezen, trotsch op hunne over-
macht , veroorloofden zich allerlei onderdrukkingen: had een Tarantsje een
mooien zijden kaftan, dan werd hij gedwongen dien af te staan; bereed
hij een mooi paard, dan sprak het vanzelf, dat hij er niet lang bezitter
van bleef; wilde hij niet goedschiks afstand doen van zijn eigendom, soms
zelfs van zijne vrouw of zijn kind, dan werd hem het hoofd afgeslagen.
Meer dan 100 jaren had deze toestand geduurd, en alle pogingen tot op-
stand werden door de Chineezen op de bloedigste wijze onderdrukt. Daar
brak de vreeselijke Thaiping-revolutie in het hart van China uit, en zij
zou in westelijk China op vreeselijke wijze weerklank vinden. Aan beide
zijden van den Tian-sjan verbreidde zich de opstand; overal greep men
naar de wapenen en sabelde de Chineezen zonder erbarmen neer. Ofschoon
deze laatsten in getal verreweg de overhand hadden, dolven ze zeer snel
het onderspit, waarschijnlijk doordien ze ten gevolge van misbruik van
opium waren verslapt. Hier en daar verdedigde een Chineesch officier de
hem toevertrouwde vesting heldhaftig en liet haar, als geene verdediging
meer kon baten, in de lucht springen. Grijsaarden, vrouwen en kinderen,
alles werd door den vijand neergesabeld. Om een denkbeeld van het bloed-
bad te geven , is het voldoende de volgende feiten te vermelden: steden als
Tsjimpansi met meer dan 50000 inwoners, Baiandai met 15000 en Iii of
Nieuw-Koeldsja met 300000 inwoners, werden verwoest en zijn nu slechts
puinhoopen, waarin arme Kalmukken huizen. Toen de rebellen voor de
stad Baiandai verschenen, capituleerde deze na korten tegenstand. De
generaal der opstandelingen, een Tarantsje, nu Russisch ambtenaar,
die mij deze bijzonderheden vertelde, was verwonderd over het dichte ge-
woel van menschen in de straten en riep een zijner vrienden toe: „we