Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
268
door een rotsachtig dal, dat zich eerst bij Athene verbreedt, de Ilissus,
in den winter na geweldige regens bruisende en schuimende, in de lente
zachtjes zich voortslingerende, terwijl hij des zomers geheel verdwijnt.
Aan den anderen kant der middelste bergrij, tusschen Acropolis en Par-
nes stroomt de levensader van Athene, de Cephissus, de eenige rivier der
vlakte, die in den zomer niet geheel uitdroogt. Rechts en links roept hij
leven te voorschijn: aan weerszijden strekt zich over eene lengte van 4
uur het altijd groene olijvenwoud uit, Athenes trots en rijkdom reeds in de
oudheid. Hier en daar steekt uit het woud een groote plataan zijn blader-
rijken kruin op.
Onder de groote leerachtige bladeren van den vijgeboom wast de koste-
lijke vijg, en tusschen de boomen, ja in hunne schaduw, slingert zich de
mjnstok. Weelderig gras en sierlijke, donkerkleurige bloemen vertoonen
zich overal, en in de toppen der boomen klagen nog tegenwoordig ontel-
bare nachtegalen als in den tijd van Sophokles.
Hoe schoon ook het olijvenwoud is, men moet toch den overigens
schralen bodem en dienovereenkomstigen plantengroei van Attika kennen,
om te kunnen vergelijken en den geestdrift der Ouden voor den Cephissus
te kunnen begrijpen. Hoewel zeker het geheele land verwaarloosd is in
vergelijking met wat het vroeger was, toch was ook reeds in de oudheid
Attika bekend om zijne dunne vruchtbare aardlaag, en eene wet, die streng
verbood goede aarde van eens buurmans akker te rooven, is alleen in een
land als Attika denkbaar. Waar het water van den Cephissus geen leven
brengt, daar komt de naakte rotsbodem voor den dag, slechts spaarzaam
met aarde bedekt, en afgezien van het olijfwoud langs den Cephissus, een
klein bosch aan den Ilissus en den met groote moeite begroeiden slottuin,
is het Cephissus-paradijs bijna eene dorre streek. Het sieraad van onze
bloemrijke weiden ontbreekt aan het heete, rotsachtige zuiden, vooral aan
Griekenland, daarvoor in de plaats komen altijd groene, welriekende strui-
ken met leerachtige bladeren. De bergen zijn vaak kaal of dragen hier en
daar enkele pijnboomen; in 't gebied van den Laurium treft men bosschen
van dien boom aan. De Hymettus is kaal, de Parnes iets meer begroeid.
Deze bergen en de vlakten zijn overal met laag struikgewas bedekt, dat
in de spleten der rotsen wortelt. Dikwijls wordt het oog echter door schoo-
nere planten verrast. Vooral treft het dengene die van het noorden komt,
zoovele oleanders te zien groeien en bloeien; verder bedekt de aardbezie-
boom met lichtroode bloemen en vruchten die op onze aardbeziën gelijken
vrij groote oppervlakten. Daartusschen bloeit de wilde peer met roode
takken en welig groene blaren, hier en daar ook de wilde laurier. Oranje-
boomen en citroenen ziet men slechts in den slottuin van Athene; enkele
palmen en cypressen steken op uit de tuinen van de Albaneezenwijk der
hoofdstad; eene rij ernstige cypressen leidt naar de nieuwe begraafplaats;
planten uit de nieuwe wereld sieren den „Boulevard des Philhellènes", de
aloë n.l., wier grijsgroene bladeren in harmonie zijn met den eenigszins
ernstigen toon van 't geheele landschap.