Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
267
dige broederstammen waren dikwijls buren, en waren zij dit ook niet
rechtstreeks, zij waren toch nimmer ver van elkander verwijderd. Bijna
overal in de omgeving van Athene ziet men de Geraneia-bergen van
Megara, en op heldere dagen kan men van den burg Acrocorinthus door
de laagte tusschen de noordelijke en de zuidelijke bergen van Salamis
heen Athene zien blauwen. Maar de landschappen zijn door hooge geberg-
ten zoo scherp van elkaar gescheiden, dat het begrijpelijk wordt, hoe de
stammen opwiessen zonder veel invloed op elkander >iit te oefenen; doch
hoe ze ook, tot vollen wasdom gekomen, de grenzen overschreden en in
voortdurende aanraking met elkander kwamen.
De vlakte van Athene is maar s a 6 uren lang en 3 a 4 uren breed,
dus, vergeleken met de Campagna di Roma, slechts zeer klein. Naar alle
kanten wordt ze scherp begrensd. Ze heeft ongeveer den vorm van een'
driehoek, welks basis naar de zee is gekeerd en welks afgestompte top
door het prachtige marmer-gebergte Pentelicus wordt afgesloten. De Pen-
telicus keert zijne grootste uitbreiding naar de andere zijde, naar de vlakte
van Marathon, en laat aan weerszijden tusschenruimten, waardoor de
wegen aan de eene zijde naar den Laurium, aan den anderen kant naar
Marathon en Eubea voeren. De Pentelicus zendt links den Hymettus,
rechts het Parnes gebergte, den natimrlijken muur van Attika tegen Boeo-
tie, af naar de zee. Grootsch vertoont zich de Hymettus, die als ééne
rots zonder groote oneffenheden, als een kolossale wal zich daar verheft!
De Parnes is veel uitgestrekter en nadert in golflijnen de zee. De Pente-
licus leverde in de Oudheid en levert nog heden voor alle groote gebou-
wen het prachtigste witte marmer.
Eene derde rij van bergen gaat eindelijk van den Pentelicus uit dwars
door het land naar zee, niet samenhangend, maar alsof ze bij tusschen-
poozen zijn uitgestooten: de logge Turkowuno, dan de sierlijke kegelberg
Lykabettus; dan de veel lagere, plateauvormige Acropolis, van waar eene
samenhangende rij van rotsheuvels zich voorzet. Met de Acropolis hangt
de nog lagere Areopagus samen; door eene laagte is van beiden geschei-
den de heuvel Pnyx, later Philopappus genoemd naar het gedenkteeken
van een Syrisch vorst, en het einde van deze merkwaardige rotsenrij vormt
de heuvel der Nymphen met de .sterrenwacht op zijn' top. Tusschen en op
deze hoogten, van den Lykabettus af, lag de oude stad en ligt ongelukkig
ook het nieuwe Athene, welks eenige merkwaardigheid in de oudere ge-
deelten daarin bestaat, dat het met zijne gedeeltelijk ellendige huizen en
huisjes naar het schijnt voor altijd de belangrijkste plekken waar de clas-
sieke beschaving bloeide, bedekt en verbergt. Na deze samenhangende
groep verheffen zich met grootere afstanden nog eenige kleine heuvels;
dan volgt vlak land, dat in het voorjaar soms tot moeras wordt, toféal J
aan zee de rotsen Piraeus en Munychia de drievoudige haven van Athene(^ii^
vormen en beschermen. J 1
Twee riviertjes, eigenlijk beken, doorstroomen de vlakte, beide door
dichterzangen verheerlijkt. Tusschen de Acropolis en ilen Hymettus vloeit