Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
265
ATHENE EN DE ATHEENSCHE VLAKTE.
Athene, volgens de laatste volkstelling (1879) eene stad van 74000
invi'oners, de residentie des konings, de zetel der regeering, behoort tot
die plekjes der aarde, die nooit aan belangrijkheid verliezen, hoezeer ook
hun heden moge achterstaan bij hun verleden. Zij bezit nog vele overblijf-
selen uit de oudheid, waaronder de op eene steile rots zich verheffende
Acropolis met het Parthenon en de Propylaeën.
Wie van den kant van den Piraeus de stad nadert, geniet niet alleen
een prachtig gezicht op den Parnassus en de omgelegen bergen, maar
ook op de Acropolis en de geheele omgeving der stad. Op zonnige dagen
wedijveren de zuilen van het Parthenon in schitterend wit met de sneeuw
van den Parnassus. Dan en van die zijde verstaat men het, waarom en
hoe Athene in oude tijden de zee beheerschte en hoe hare heerschappij
en hare pracht de ijverzucht der naburige staten deed ontvlammen. Op
eenigen afstand, nog voordat Salamis of Aegina is bereikt, kan men de
geheele westkust van Attika tot aan de schitterend witte rotsen van Sunium
overzien, en Athene vertoont zich omgeven door eene heuvelrij: op den
voorgrond de Acropolis en de Museum-heuvel, verderop de Lykabettus
en op den achtergrond de hoogere bergen: de Hymettus rechts, de Parnes
links en daartusschen de Pentelicus. De relatieve hoogte van deze heuvel-
rijen laat zich van uit dezen afstand veel beter bepalen dan van Athene
uit, en nergens vertoont het Parthenon zich zoo indrukwekkend als hier,
waar, ofschoon geen ander gebouw te onderscheiden is, zijne voorste zui-
len met hunne witte kleur zelfs^ geteld kunnen worden.
In de nabijheid van de haven verandert het tafereel. De Pentelikon en
de Parnes, in 't voorjaar rijkelijk met sneeuw bedekt, verdwijnen achter
de lagere doch meer op den voorgrond zijnde heuvels, en alleen de
Hymettus blijft zichtbaar. Zelfs Athene en de Acropolis kunnen niet wor-
den gezien, als men den Piraeus binnenvaart. Het nieuwe Athene kristal-
liseert zich als 't ware om de\ haven; de nieuwe woonhuizen en winkels
worden steeds meer daar gebouwd. Dat de stad aanzienlijk aanwast, blijkt
uit de uitkomst der jongste telling: 74000 inwoners tegen 48000 in 1870.
Piraeus telt nu 22 000 inwoners. Van den Piraeus voert een spoorweg
naar het nieuwe Athene, eene stad die al zeer weinig karakteristieks bezit.
Het oudste gedeelte is eigenlijk een Albaneesch dorp met eene vrij vuile
bazaar of koopwaren- en groentemarkt; het draagt geheel het karakter van
eene arme Oostersche landstad. Op dit gedeelte volgt er een dat wat beter
gebouwd is, en dat er Duitsch-Slavisch uitziet als eene half-Duitsche stad in
Polen, in noordwest Rusland of in het oostelijke gedeelte van Opper-Silezie.
Dit laatste deel wordt weer omgeven door een derde, het nieuwste, met