Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
261
men, wordt duidelijk, als men weet, dat gemiddeld 3200 kilogram rozen
slechts I kilogram olie levert.
KazanUk is geheel eene Osmaansche stad. Van een nabijgelegen bair
(= heuvel) heeft men een prachtig gezicht op de door natuurlijke parken
omgeven stad met hare talrijke minarets. Dank zij hare ligging in het
snijpunt van verschillende wegen, kwam zij tot welvaart. Twee wegen ver-
binden haar met het Maritza-bekken, en het geheele verkeer tusschen de
Donau en de handelsgebieden van Philipopel en Eski-Sagra moet zich rich-
ten over Kazanlik, daar de Sjibka-pas de eenige weg over den Balkan is,
die voor wagens is te gebruiken. In 1871 telde de stad 21 000 inwonen.
DE DOBROEDSJA EN DE DONAU-DELTA.
De Dobroedja is de landstreek tusschen de beneden-Donau en de
Zwarte zee, als 't ware een reusachtig havenhoofd voor Turkije, overal
door natuurlijke grenzen ingesloten, in 't noorden en westen door de Donau ,
in 't oosten door de Zwarte zee, in 't zuiden door de Karasoe, welker
wateren het schiereiland tusschen Tsjernawoda en Köstendsje als 't ware
van Boelgarije scheiden. Hier, waar eene dalvormige insnijding het land in
twee groote deelen scheidt, zijn nog tegenwoordig de bouwvallen van de
versterkingen van Trajanus aanwezig. De harde zand- en kalksteenbodem
van de Dobroedsja is op de meeste plaatsen met eene dikke laag zand
en leem bedekt. In de dalen komt overal de rotsgrond te voorschijn; zoo
ook bij Matsjin, waar we eene rij steile, maar niet zeer hooge bergen voor
den dag zien komen.
Reeds dichtbij Silistria neemt de Turksche Donau-oever een eigenaardig
karakter aan. De laatste ronde bergvormen verdwijnen langzamerhand, en
eveneens de schilderachtige lijnen van den Emineh-Balkan ver in 't zuiden.
Het landschap wordt steeds woester. Laag wilgenhout bedekt de leemach-
tige oevers, of het oog valt op de groote bochten die de rivier maakt, en
waarachter zich uitgespoelde kalkwanden verheffen. Slechts hier en daar
ziet men woningen aan de rivier zelve, Boelgaarsche dorpen of de geelbruine
kegelvormige hutten van de hier gekoloniseerde Krim-Tataren. In Tsjer-
nawoda , welks stationsgebouwen en andere huizen de aandacht van den rei-
ziger trekken, vertoont de Dobroedsja van de Donau-zijde nog den laatsten
schijn van beschaving; maar dan is het 'ook geheel uit. Zooals bekend is,
loopt van deze stad naar Köstend.sje aan de Zwarte zee sedert een
kleine twintig jaren een spoorweg. , Dit was de eerste poging om in
Turkije spoorwegen aan te leggen; maar evenals in het Oosten iedere poging