Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
259
geheel Boelgarije beroemd. Zij ligt, volgens Boué, 640 meter hoog en is
geheel nieuw opgebouwd, sedert in het laatste der vorige eeuw een brand
de plaats vernielde. Tegenwoordig telt zij ongeveer 1300 huizen, en sier-
lijke gebouwen, kerken en bruggen geven haar een vriendelijk voorkomen.
Gabrowo is zoowel fabrieks- als handelsstad; het eerste echter meer dan
het laatste. Men kan het, zegt Kanitz, ééne groote werkplaats noemen;
de stad leeft, om zoo te spreken, van water, want er is geen huis, waarin
niet de een of andere tak van nijverheid wordt uitgeoefend, waarbij men
zich van de kracht des waters bedient. Mannen, vrouwen en kinderen,
zelfs de jongsten, vindt men bezig, waar men ook binnentreedt. Langen
tijd waren de bewoners van Gabrowo en die van het verder oostelijk
gelegen stadje Trawna in twist met elkander, daar ieder de regeering door
alle denkbare middelen trachtte te overtuigen, dat de nieuwe weg over
den Balkan van Tirnowo naar Philipopel juist over zijn grondgebied moest
worden gelegd. De beide steden namen Poolsche ingenieurs in dienst, die
het terrein moesten opnemen en in kaart brengen en daarop deii weg
inteekenen. De rijkere inwoners van Gabrowo wisten evenwel den Moetes-
sarif-pasja van Tirnowo voor hunne wenschen te winnen, en Trawna kreeg
zijn' zin niet. Nochtans was de weg langs Gabrowo naar 't zuiden in Juni
1871, toen Kanitz zich daar bevond, nog niet gereed: er stonden alleen
enkele bakens..
Van Gabrowo leidt de weg opwaarts naar 't zuiden langs een rivier^e,
dat van den Sjibka- (of Sjipka-) Balkan komt. Het schilderachtigste punt
op deze route is daar waar de Panitsjarka en de Kozerica, twee stroom-
pjes , zich met elkander vereenigen, en waar steile kalksteenrotsen zich dicht
bij elkaar verheffen. De nieuwe Djado-Ilija-brug is een aardig voorbeeld,
hoe Mithad-pasja de eergierigheid van rijke menschen wist te prikkelen
en ten algemeenen nutte te gebruiken.
Djado Ilija ging voor den rijksten man in Gabrowo door, maar hij was
te gelijk heel zuinig. Toen hij nu op eens aan de gemeente verklaarde,
dat hij de brug over de Kozerica, waaraan groote behoefte was, voor
zijne rekening wilde laten bouwen, was men niet weinig verwonderd. De
reden van 't verschijnsel was, dat Mithad-pasja bij een bezoek aan de stad
den rijken man met complimenten en het uitzicht op eene ridderorde
had gevleid.
Bij de vierde en laatste brug over de Kozerica kwam Kanitz bij eene
karavanserai, waar juist eene karavaan stil hield, die van het westelijk
gelegen Zelenoderwo dol (het Boelgaarsche woord dol en het Turksche
deré beteekenen dal) was gekomen. De paarden droegen allerlei hout-
waren, wat niet te verwonderen is, daar de hout-industrie hier tot Nowo-
selo, nog verder westelijk, druk beoefend wordt. Het verspreid liggende
Zelenoderwo groene boom) draagt zijn' naam met recht; het ligt
verscholen te midden van wouden, die, zoover het oog reikt, de bergen
bedekken. De weg naar den Sjibka-pas leidt verder grootendeels door wouden.
Hoewel deze weg in 1871 bij het bezoek van Kanitz veel te wenschen