Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
257
daken, waaruit koepels en minarets opsteken, en we houden eerst een
oogenblik op aan het noordeinde, waar het donkere cypressenbosch zich
verheft, op het Muzelmansche kerkhof Ejub. De vrome, die zich niet in
het Aziatische moederland, in de aarde van Skoetari wil laten begraven,
wacht gaarne onder de cypressen van Ejub het bazuingeschal der opstan-
ding af. Driemaal heilig is de moskee, gezegend de omgeving van Ejubs
graf, van den vriend des Profeten! Onder iederen cypres staan bontge-
schilderde steenen rechtop met opschriften in goud; de meeste zerken zijn
met steenen tulbanden gekroond. Eene diepe stilte, een rustige vrede heerscht
in de kruinen dezer boomen, eene boeiende droefheid in dezen nacht
van groen. Slechts als de sultan bij zijne troonsbestijging naar de moskee
van Ejub trekt en zich daar het zwaard van Osman omgordt, dan wordt
het levendig is deze stilte. — Voorwaarts! — Een blik op de aangren-
zende wijk, waar het laken voor de lijken wordt geweven. Hoe stil, hoe
eenzaam is het hier! Geen ander geluid dan het eentonige geklapper der
weefgetouwen! Er moet snel en veel worden geweven; want Konstantino-
pel is inweerwil van zijne gezonde ligging, ten gevolge van de onver-
standige leefwijze zijner bewoners, een rijk oogstveld voor den dood! —
Voorwaarts! Naar de oude ringmuren, die sedert de Byzantijnsche dagen
geene andere dan eene historische beteekenis hebben; nog verder, tot aan
de „zoete wateren van Europa", de kleine stroompjes Kydaris (Alibeyke-
oesoe) en Berbyses (Kiahatsoe), die aan de noordzijde van den Gouden
Hoorn uitmonden. Deze „zoete wateren" (in tegenstelling met het zeewater
zoo genoemd) zijn de winter-promenade der aanzienlijken in Stamboel.
Van daar keeren wij langs de andere zijde naar den Bosporus terug. We
gaan over den Ok Meïdan (plein der pijlen), eene opene ruimte, waar
de opschriften op marmeren zuilen ons verkondigen, hoe ver deze of die
sultan zijne speer heeft geworpen, laten op de hoogte den veelgenoemden
Fanaar liggen, den zetel van den griekschen Patriarch, vroeger de ver-
blijfplaats der Fanarioten, en ontvluchten vol afschuw de boven alle
beschrijving vuile jodenwijk, door Portugeesche joden bewoond.
We spoeden ons door het cypressenbosch, dat zich van de voorstad
Kassim Pasja naar Pera uitstrekt; we overzien den Gouden Hoorn, de
schoonste haven der wereld, met zijne tallooze schepen en kalken (lange
en smalle booten) en zijne drie schipbruggen, die Stamboel met Galata en
de andere voorsteden verbinden, en wenden ons naar Dolma-Bagdsje, het
door sultan Abdoel Medsjid aan den Bosporus gebouwde keizerlijke paleis
aan den Bosporus. Het gebouw is rijk, zelfs overrijk versierd, maar toch
bevalt ons het schuins daartegenover aan de Anatolische kust te Beglerbeg
staande zomerpaleis beter. De bouwtrant van dit laatste, die nauw bij den
Moorschen stijl aansluit, en het veelkleurige marmer passen beter voor een
Oostersch vorstenpaleis.
Op beide oevers van den Bosporus ligt dorp aan dorp. 't Zijn meest
alle dorpen, die bijna geheel uit kleine en groote buitenverblijven bestaan,
die zich op de terrasvormig oploopende, gedeeltelijk kale, ten deele ook
V. R. BOS, Globe. 17