Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
253
toren werd gebouwd, en waaronitoe de huizen schilderachtig gegroepeerd
zijn. Verderop strekt zich de groote v/ijk Pera uit met hare moderne
Europeesche huizen, met de hotels der gezantschappen, waarvan eenige,
vooral het Russische, ware paleizen zijn. Daarna komt Top-Hane, dat
weer geheel Turksch is, met een groot plein voor 't laden en lossen der
schepen, het artillerie-arsenaal en de schoone moskee Mahmoed, die met
hare koene en slanke minarets bij den blauwen hemel afeteekt.
Men moet een groot gedeelte van Galata door gaan, om in Pera en de
ironisch zoo genoemde Grande rue de Pera te komen. De ontnuchtering
begint, zoodra men den voet zet in de enge, vuile straatjes, zoodra daar
het gaan bemoeilijkt wordt door spitse steenen of door dikke lagen vuil
en smerig water. Het gewoel in deze straatjes is zoo druk en dicht, dat
men stellig niet vooruit zou kunnen komen, als niet de kammal vooraan
ging, die zich onder onophoudelijk roepen de „Varda", varda!" een' weg
baant. De kammalen zijn groote kerels met eene breede, behaarde borst,
herkulesarmen en slanke, gespierde beenen; zij dragen ongeloofelijke lasten
langs de straten, die nog wel onophoudelijk naar boven en naar beneden
gaan. Hunne kleeding is eenvoudig en laat hunne schoone vormen zien.
Op het hoofd dragen zij den fes met een daar om gewikkelden doek ; ver-
der bestaat hunne kleeding uit een buis met zwarte versieringen, wijden
broek tot aan de knie en bonte laarsjes of schoenen. Hoe armoedig ze ook
mogen zijn, iets schilderachtigs hebben zij toch, evenals alle Turken, zelfs
het armste volk, dat altijd op het hoofd of aan de voeten of ergens anders
in hunne kleeding iets geels of groens of roods draagt, dat blinkt en
schittert. Over 't geheel zijn de Turksche stoffen levendig van kleur, en
in vergelijking daarmede zijn de Europeesche koud en kleurloos. Bij onze
aankomst in Konstantinopel, zegt onze reisbeschrijver, heerschte het grootste
gedrang, vooral in het benedengedeelte van de voorstad Galata aan de
aanlegplaatsen en op de groote brug. 't Is een wirwar van menschen,
ezels en paarden. Ezels, die menigmaal zwaar beladen met kleine steenen,
waarmee de straten geplaveid worden, ter aarde vallen; paarden, bepakt
met vruchten of groenten en vaak nog een' man daarbij. De lastdieren
komen menigmaal in groote hoopen te gelijk aanrennen, en men verkeert
in gevaar van aan de eene zijde door eene lading steenen, aan den ande-
ren kant door een zak met meel te worden bestormd. Het gewoel is hoogst
merkwaardig door zijne verscheidenheid: Turksche soldaten, Zouaven of
Circassiers, Roemeensche priesters met lange baarden en fladderende zwarte
hoofddoeken; Turken in kleeren van allerlei vorm en kleur; sommigen op
zijn Europeesch gekleed, maar met den fes, anderen in den kaftan met
witten tulband ; derwischen met hooge vilten hoeden in den vorm van een
dennekegel; Engelsche gentlemen; nieuwsgierige vreemdelingen; haastige
wisselaars; kooplieden, luid roepende hunne waren t^n verkoop biedende;
arme, slordige Turksche vrouwen, wier voeten van het voortdurende zitten
op de hielen naar binnen zijn gekromd, en wier pantoftels door het slijk
slepen. Aan de kanten van de smalle straten staan allerlei kramers, tabak,