Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIII. HET BALKAN-SCHIEREILAND.
KONSTANTINOPEL, SKOETARI EN DE BOSPORUS.
Het panorama van Konstantinopel, van den Bosporus uit gezien, geldt
voor een der schoonste van de wereld. Misschien biedt Venetië van de
zeezijde, als 't ware drijvende op de lagune, een nog eigenaardiger gezicht,
en stellig laten hare heerlijk schoone gebouwen een meer duurzamen indruk
achter; maar Konstantinopel boeit door hare onafzienbare grootte, de ver-
scheidenheid der voorwerpen en vormen en de drukte en 't geraas dat er
heerscht. Het gezicht van de stoomboot in den Gouden Hoorn, een zee-
arm die van den Bosporus uit in het land binnendringt, te midden van
het Serail, Stamboel, Galata, Pera, kortom midden in Konstantinopel, is
wonderbaar schoon, te meer nog, omdat men alleen het geheel, het uit-
wendige ziet. Wie zoo van buiten af komt, kan nimmer aan de treurige
werkelijkheid gelooven; hij kan niet vermoeden, dat Konstantinopel
zulke sterke tegenstellingen aanbiedt van paradijs en hel, van het schoone
en het afschuwelijke, van het nette en het vuile, van beschaving en bar-
baarschheid. Het oog, dat over het panorama zweeft, richt zich eerst op
de verte, op Skoetari, waar de P^uropeesche beschaving nog niet is door-
gedrongen , en verderop op een Aziatisch dorp, dat het eindpunt vormt
van het zichtbare deel der Marmora-kust; in de verre verte drijven de Prin-
seneilanden op de golven der Propontis. Van daar wendt zich de blik naar
de landpunt van het Serail, dat nu door de sultans verlaten is, sedert een
brand het oude paleis verwoest heeft. Enkele overblijfselen van witte muren
blinken hier door het groene loof. Dan volgt het eigenlijke Konstantinopel,
het Stamboel der Turken, waaruit schilderachtige moskeeën en minarets
oprijzen. Boven de moskeeën en de minarets steken de torens uit, waar
de brandwacht hare zetels heeft. De Gouden Hoorn is zoo nauw, dat van
den eenen naar den anderen oever twee schipbruggen voeren, die even
belangwekkend zijn door hare constiuctie als door de duizenden wonder-
lijk toegetakelde figuren die er over gaan van Stamboel naar de voorsteden
Galata, Pera, Pancaldi en terug. Galata met zijne scheepstimmerwerven,
arsenalen, magazijnen en douanenstations ligt aan den eenen oever; ook
hier steekt een groote toren omhoog, die door de Genueezen als wacht-