Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
245
De oevers zijn dicht bewoond; daar klemmen zich kleine hutten als
't ware vast aan de rotshellingen; hier staan groote, moderne paleizen met
al de pracht der weelde gesierd; en heidensche overblijfselen herinneren
ons den tijd der Romeinen, die hunnen goden hier tempels en hunnen
zwelgers villa's bouwden. Maar ook de natuur heeft hier gebouwd, en hare
werklieden waren de woeste onderaardsche krachten. De brokkelige rots-
keten , die dichtbij Palanza den oever kroont, strekt zich onder de blauwe
golven verder uit, en waar zij boven den waterspiegelt verrijst, daar vormt
zij die wonderbare eilanden, welke als een toovertuin midden in de golven
liggen.
De kleine steden aan den oever hebben een ouderwetsch voorkomen:
eene kleine haven met donkere barken, eene breede steenen kade en bij
de huizen opene arkaden en lokkende tuinen. De straten zijn eng en steil,
en op de hoogten dommelen bouwvallen. Het levendigste uur van den dag
is dat, waarop de stoomboot landt 'en het beweeglijke volk zich om de
vreemdelingen schaart. De postkoets en het met schellen voorziene huur-
rijtuig trekken de nieuwsgierigheid in mindere mate. De burgemeesters-
woning en het postkantoor zijn altijd de belangrijkste gebouwen, en hunne
bewoners zijn het meest gezien; de bevolking is over 't geheel vriendelijk
en arbeidzaam, eenige eigenaardigheden buiten rekening gelaten. Dezen
indruk maken de kleine vlekken en steden aan 't Lago Maggiore, Pallanza
en Angera, Locarno en Canobbia.
Wat is dat voor een oproer, daar voor dat oude, grijze gebouw, in
welks traliekasten verscheiden publicaties zijn aangeplakt? De menschen
schijnen het huis te bestormen en willen misschien een anderen koning
kiezen. Och neen — 't is niets anders dan dat de uitslag der loterij zoo-
even bekend is gemaakt. De nommers der gelukkige winners zijn daar
aangeplakt. De visschersjongen met een gezicht, stralende van geluk, meent
rijker te zijn dan Croesus en Rothschild te zamen: hij heeft vijfentwintig
lire gewonnen — vijf en twintig lire, eene som, die hij zich nauwelijks
kan voorstellen. „Accidente," (dat is een buitenkansje!) schreeuwt hem de
magere oude vrouw tegemoet, die daar met een' korf vol limoenen nadert;
want de winst js voor haar. Zij heeft aan de Heilige Maagd beloofd zeven
rozenkransen te zullen bidden, en de doodgraver van het dorp heeft haar
het benoodigde geld geleend. Twee straatjongens rossen elkaar duchtig af
en rollen over den grond; birbone, brigante, canaglia — (vagebond, roo-
roover, canaille) die woorden vliegen met het verscheurde loterijbrie^e
door de lucht; want Paolo heeft Giseppe vijf soldi beloofd, ingeval hij
zou winnen, en nu wil hij ze niet betalen I Het publiek maakt ruimte
voor de vechtenden, nieuwsgierige gezichten kijken uit vensters der dicht-
bijzijnde huizen, en met onbeschrijfelijk pathos roept de straatveger, wien
zij toevallig voor den bezem komen, nu hij het punt van kwestie heeft
vernomen: Ah — Santi Apostoli, che infamia! I (Ha — heilige apostelen,
wat een schandaal!!)
Als die drukte voorbij is, begeeft men zich weer naar den collecteur;