Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
243
de vermenging van de verschillende elementen, die in het karakter des
volks merkbaar is, hare uitdrukking vindt in het landschap.
Wie met de bewoners van deze streken verkeert, al is het ook maar
voor korten tijd, hem zal dadelijk de beminnelijke levendigheid treffen,
die zelfs den gemeeneman in Italie eigen is, eene soort van „Grandezza,"
(waardigheid) waaraan hier de minder goede keerzijde ontbreekt, euphemis-
tisch „dolce far niente" geheeten. In dat opzicht werkte de krachtige Zwit-
sersche geest zeer gunstig: de energie welke de bewoners bezitten is stellig
aan dezen invloed toe te schrijven. De beste eigenschappen van twee stam-
men zijn hier vereenigd.
Maar, zooals gezegd is, ook de schoonheid van het landschap vindt
hare verklaring in die vereeniging van noord en zuid. De volle schat der
bekoorlijkheden van het zuiden is uitgestort over dit meer, en toch zijn
de toppen der bergen woest gespleten, en in menige eenzame bocht zijn
de rotsen zoo grijs en blikken ze ons zoo trotsch aan, alsof we daarginds
bij een bergmeer in de Duitsche Alpen stonden. Oranjeappels en mirten,
zilvergrijze olijven en als goud gloeiende druiven vinden we hier in ver-
kwistenden overvloed, maar hoog daarboven zien we groote wouden met
donkere tinten en frissche dennengeur: een Duitsch woud onder een Ita-
liaanschen hemel.
Het meer is smal en heeft tallooze kronkelingen, alsof 't een ongedul-
dige bergstroom ware; doch juist daarin ligt zijn rijkdom aan afivisseling.
Want steeds vertoont zich weer iets nieuws ; steil oploopende buigt de weg
om den hoek eener rots, en dan stort schuimend eene beek naar beneden.
Plotseling staan wij voor eene reusachtige brug van meer dan 2600 voet,
die bij Bissone over het midden van het meer is geslagen. De eene boog
na den anderen welft zich boven het water, en verrukkelijk is het gezicht,
dat men van hier op de verschillende armen van het meer heeft. De gril-
lige geleding van het smalle bekken is hier het best te overzien.
De bodem is even oneffen als de omtrek. Terwijl de diepte op sommige
plaatsen, b.v. bij Oria, bijna duizend voet bereikt en dus bijna met die
der Duitsche bergmeren overeenkomt, bedraagt ze hier, waar de brug
van Bissone naar Melide voert, nauwelijke eenige vademen. De grootsche
brug, die door Lucchini is gebouwd, werd in 1847 voor het verkeer
opengesteld.
Eigenlijk kan men ieder punt aan het meer een glanspunt noemen; wil
men het woord echter in zijne strengste beteekenis opvatten, dan komt
aan de stad Lugano de eerste plaats toe. Zij is het middelpunt van het
kanton Tessino of het zoogenaamde Italiaansche Zwitserland. In de zestiende
eeuw werd zij door den Hertog van Milaan aan de Eedgenooten verkocht.
Het klimaat is hier uitenst mild; eene diepe golf en hooge bergen bieden
eene kostelijke beschutting aan. Handel en verkeer, kunsten en wetenschap-
])en hebben hier een' zetel, en uit alle deelen der aarde komen gasten
naar dit lokkend paradijs. De vreemdeling die eenige dag ^n in Lugano wil
doorbrengen, gaat in den regel naar het Hôtel du Pare, en dat is in waarheid
16*