Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
242
De schitterendste van alle villa's echter die het Comomeer bezit, is de
„Villa Carlotta," niet ver van het behoorlijke Cadenabbia. Hier hebben
natuur en kunst gedaan wat zij konden om een vorstenverblijf te stichten:
hier staat Thorwaldsens Tocht van Alexander, hier de verrukkelijke groep
van Amor en Psyche, waarin Canova de liefde zoo wegsleepend uitdrukte.
Wat natuurschoon betreft, komt aan Bellaggio de eerste plaats toe, waar
het meer zich in twee armen splitst. Zijn naam is terecht beroemd.
Hoog boven het dorp, dat stout tot in het water is gebouwd, verheft
zich de Villa Serbelloni, welks slanke ramen wegschuilen tusschen pijnen
en ceders; naar alle zijden zweven de blikken en aan alle kanten blinken
schitterende golven, nette huisjes in het groen en slanke barken, die naar
Melzi varen. Waar zich hier en daar een dal opent, in welks diepten we
nauwelijks een' blik kunnen slaan, als de bark voorbijglijdt, daar bruisen
ons wilde bergstroomen te gemoet; „L'Orrido" (de schrik) „di Bellano",
roept ons de schipper toe, terwijl hij op de golven wijst, die zich, in
zilverstof gehuld, van de hoogste rotsen storten en den waterval van de
Pioverna tot den schoonsten maken dien het Comomeer bezit. De groote
rivier die het meer doorstroomt is evenwel de Adda, die eerst bij Malgrate
tegenover Lecco weer te voorschijn komt. Eene groote steenen brug uit
den tijd der Visconti's verbindt de beide plaatsen: want het meer is smal
en het verkeer der plaatsen op den oever onderling zeer levendig. Een
prachtige weg voert van hier naar Como en een breed kanaal reikt tot
Milaan. Doch daarheen gaan we nu niet; nog houdt ons de tooverkring
der drie meren gevangen, en vol vreugde geven wij gehoor aan de stem-
men die op de stoomboot bij Menaggio ronidom ons klinken: „Per Por-
lezza, Signori" — „per il lago di Lugano." (Passagiers voor Porlezza,
heeren! — passagiers voor het Luganomeer!)
lago di lugano.
Dikwijls komt mij het verhaal in den zin van een' koning, die drie doch-
ters had, alle drie zoo schoon, dat niemand kon zeggen, wie de schoonste
was. Ten laatste ging de kleinste echter met de zege strijken; zij had wel-
iswaar niet de koninklijke gestalte der oudste, zij had ook niet het ernstig-
verhevene dat de tweede kenmerkte, maar eene bekoorlijkheid, iets in-
nemends bezat zij, dat krachtiger werkte dan alle andere gaven.
Zoo gaat het bijna met de drie wonderbare meren , die hier dicht bij
elkander aan den zuidvoet der Alpen liggen. Groot en majestueus, reeds
machtig door zijn' naam, strekt zich het Lago Maggiore voor onze blikken
uit, door zijne herinneringen aan kunst en historie spant het Comomeer
de kroon, doch de parel der schoonheid ligt in dat lichtblauwe water,
't welk zich slank en schuchter tusschen de beide grootere meren slingert,
in het Lago di Lugano.
Slechts weinige dorpen aan den oever van dit meer behooren aan Italië;
het grootste deel van zijne oevers behoort aan Zwitserland, en het is, alsof