Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
afwisseling van liefelijke stadjes en eenzame woestenijen heerlijke tafereelen.
Nergens zijn villa's die de bekoorlijkheid van landelijke eenzaamheid zoo-
zeer vereenigen met eene klassieke wijding; nergens vergeet men de wereld
zoo gemakkelijk en vindt men ze zoo snel weder, als men ze wedervin-
den moet.
We verwijlen eerst bij het Lago di Como, het lange, diepe meer, dat
zich naar het zuiden in twee armen verdeelt, die naar de steden Lecco
en Como worden geheeten. Het laatste, welks noordelijkste huizen reeds
door de golven van hel meer worden bespoeld, is het type van eene
kleine Lombardijsche stad: streng in hare architectonische vormen, rijk
aan schoonheid en herinneringen aan een heldhaftig verleden, en toch vol
leven en beweging.
Een nette schouwburg ontbreekt er niet; het l^yceum herinnert de gioote
mannen die Como hunne vaderstad noemden, de beide Pliniussen, de
beide pausen Innocentius XI en Clemens XIII, Jovius en Rezzonico. Ze
zijn de trots der stad, en gaarne wijst de burger van Como den vreem-
deling op die namen, als deze naar zijne schatten vraagt. Ook Volta was
uit Como afkomstig.
De domkerk behoort tot de schoonste van Opper-ltalie, misschien is zij
na die te Milaan de schoonste van alle. Strenge gothiek en eene zeldzame
waardigheid, die alleen in den van lateren tijd dagteekenenden voorgevel
en het koor nu en dan motieven uit den renaissance-stijl heeft toegelaten,
onderscheiden haar; het groote, ronde portaal is omgeven door beeldhouw-
werk en getint met die kleuren, welke alleen de adem der eeuwen aan
de bouwwerken kan geven. Maar de scheppende kracht des kunstenaars
is hier gewijd door eene vrijheid des geestes, die het verhevene niet dw ingt
binnen de perken van eene geloofsleer. Want midden onder de heiligen
zien we Duitsche keizers en antieke helden, en rechts en links staan de
beelden van twee mannen, die ook op hunne wijze apostelen des lichts
waren. We bedoelen Plinius den Ouderen, den natuuronderzoeker, die
het leven in dienst der wetenschap bij eene uitbarsting van den Vesuvius
verloor, en den jongeren zoon van zijne zuster, den schrijver van de heer-
lijke brieven, welke nu nog tot ons hart spreken.
Hunne woonplaats was de Villa Pliniana, die op de hoogte bij Torno
ligt te midden van stille wouden, zoo ernstig en schoon, als gevoelden
zij nog de wijding, die edele menschen schenken aan de plaats waar zij
wonen. Onbewust treden we den tooverkring hunner gedachten binnen.
Daar in den hof borrelt nog heden de bron, waarvan reeds de jongere
Plinius zijnen vriend schrijft, dat ze driemaal des daags rijst en daalt, eb
en vloed herinnerende; met nauwkeurigheid verhaalt hij ons, hoe een ring,
dien hij daar op het droge neerlegde, eerst met een dun laagje water
overdekt en eindelijk geheel onder den vloed bedolven werd, tot het weg-
stroomen van 't water hem eindelijk weer zichtbaar deed worden. De vraag
naar de oplossing van dat raadsel is het geschenk dat hij zijn' vriend
Licius uit zijne geboortestad medebrengt. Hier bij de ruischende bron,