Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
232
Het Apennijnsch schiereiland biedt als geheel zeer vele tegenstellingen
met het Balkan-schiereiland aan. Terwijl het laatste naar de Egelsche zee
en het oosten is gekeerd, wendt Italië ten zuiden van de Po-vlakte zich
hoofdzakelijk naar het westen, naar de Tyrrheensche zee; naar die zijde
zijn de grootste vlakten, de grootste rivieren , de meeste en zekerste havens;
aan die zijde heeft het verkeer met den oceaan plaats. Ten westen van de
Apennijnen zetelde van oudsher de meeste ontwikkeling, de grootste staat-
kundige macht; dat was de lichtzijde, terwijl de Adriatische kant, naar
eene bijna afgeslotene zee gekeerd, eigenlijk niets anders dan eene groote
golf, de schaduwzijde kan worden genoemd. In het zuiden zijn de vlakten
van Apulië weliswaar meer bevolkt dan de woeste berglanden van Calabrië
in het westen, maar hier moest de nabuurschap van Silicië vroeger of
later de eerste plaats aan het westen geven. In den tijd van Griekenlands
machtigen invloed, toen Athene, de Kleinaziatische steden en de eilanden
der Egeïsche zee zoo vaak het initiatief namen, stonden de republieken
van de oostzijde, Tarente, Loeres, Sybaris, Syracuse, Catania, boven de
steden der westzijde. De vorm van Italië heeft de richting bepaald, waarin
de beschaving is gegaan, van 't zuidoosten naar 't noordwesten, van lonië
naar Gallië. Door de golf van Tarente en de oostelijke kusten van Groot-
Griekenland en Silicie lag Zuid-Italië open voor den invloed der Grieksche
beschaving; van deze zijde heeft zij het eerste leven ontvangen.
Gedurende bijna twee duizend jaren, van de verwoesting van Carthago
tot de ontdekking van Amerika en het vinden van den zeeweg naar Indië,
was Italië het centrum der beschaafde wereld; het oefende eene hegemonie
uit, hetzij door overwinningen of geest voor organisatie, zooals de „Eeuwige
stad" het deed, of, als in den bloeitijd van Florence, Genua en Venetië,
door de macht van het genie, de betrekkelijke vrijheid harer instellingen,
en de ontwikkeling van kunsten, wetenschappen en handel. Twee van de
grootste feiten in de historie: de staatkundige vereeniging van alle landen
rondom de Middellandsche zee tot één groot Romeinsch rijk, en later de
herleving van den menschelijken geest op allerlei gebied, de Renaissance,
zijn onafscheidelijk aan Italië verbonden. Het moet dus van belang zijn,
althans de geographische middelen op te sporen, waardoor het Latijnsche
schiereiland gedurende twee hoofdtijdperken der wereldhistorie aan de spits
der beschaving stond.
Mommsen en andere historici hebben gewezen op de gelukkige ligging
van Rome als handelsmarkt. Van de eerste tijden harer geschiedenis af
was zij eene stapelplaats van waren voor de naburige volken. Bovendien
hid zij, gelegen te midden van een' kring van heuvels, op de beide oevers
van eene bevaarbare rivier, beneden de mondingen der bijrivieren en in
de nabijheid der zee, het voordeel, op de grenzen van drie volkenge-
bieden te liggen: de Latijnen, de Sabijnen en de Etruriërs. Toen zij door
de wapenen beheerscheres van al het omgelegen land was geworden, moest
Rome alzoo wel eene belangrijke handelstad worden. Maar hoe groot de
belangrijkheid van Rome als handelsstad voor den omtrek ook moge zijn