Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
228
Latouche verzekert ons, dat men, door een groot deel van Portugal
reizende, zich kan verbeelden in Arkadië te zijn. Niet alleen de schilder-
achtige weiden langs de oevers der rivieren; de gi'oote, onder schaduwrijk
loover verborgen wijnkruiken, die de landbouwer vaak aan de lippen
brengt; maar vooral de liedjes die op het veld worden gezongen, eene
soort van beurtzang, waarbij de eene het couplet des anderen beant-
woordt, — dat alles doet aan eene idylle denken. De landbouwwerktuigen
zijn nog hoogst primitief. De ossenkarren zijn, zooals Latouche verzekert,
nog weinig veranderde erfstukken uit den Romeinschen tijd; de ploeg is
niets anders dan een kromme tak, die de bovenste korst slechts even
omwoelt en meestal gemakkelijk op den schouder kan worden gedragen.
Echter hebben ook de Mooren in ornamenten en aardewerk sporen van
hun' zin voor kunst en schoonheid achtergelaten. De ossejukken zijn met
figuren van Moorschen oorsprong versierd. Evenzoo dragen de gouden
sieraden en de pantoffels een onmiskenbaar Moorschen stempel.
De middelstand in de steden onderscheidt zich zeer ongunstig van de
landbouwers. In de grootere plattelandsteden vindt men vele heerenhuizen,
waarin jaar-uit jaar-in families een plantenleven leiden, die juist geld genoeg
hebben om te kunnen leven zonder te arbeiden. Zulk een leven is echter
weinig kostbaar. Een groot huis met een' moestuin erachter, gewitte wan-
den , houten vloeren zonder tapijten, een dozijn houten stoelen en een oi
twee ruwe houten tafels: dat is alles. Geen haard, geen kachel in woon-
of slaapvertrek, geen gordijnen,voor de vensters, geen tafelkleeden, geen
schilderijen, geen spiegel, geen bloemvazen, geen klok of pendule, —
niets van die vele dingen welke wij in onze woningen onmisbaar rekenen.
Totale afwezigheid van dat alles kenmerkt de onhuiselijke woningen der
middelklasse in Portugal. De bezigheden der vrouwen bestaan in naaien,
babbelen, het hooren.van de mis en uit-het-venster-kijken. Met de laatste
bezigheid occupeeren ze zich soms uren lang. Ze vertoonen zich bijna
nooit op straat dan wanneer ze naar de kerk gaan. De mannen slenteren
tusschen de kramen en tenten rond, rooken tallooze cigarrettes en nemen
op het warmste deel van den dag hunne siësta. Schijnt de zon, dan staan
ze in groepen op de hoeken der straten, met zonneschermen gewapend;
in den winter slaan zij eene sjaal om de schouders in den vorm van een'
driehoek. In dat opzicht houden zij zich aan de oude mode, hoezeer de
Spanjaarden ook daarom den draak met hen steken. In die steden is
nooit iets nieuws; — en ziet men twee mannen in druk gesprek met
elkaar, schijnbaar over eene zaak van groot geweht, dan zal hij die zoo
gelukkig is achter het geheim van 't onderwerp te komen, vernemen, dat
de reden, waarom de twee zoo druk gesticuleerden, geene andere is dan
dat de prijs der tabak een weinig is. gestegen.
Het is den winkelier schijnbaar geheel onvei schillig, of hij iets verkoopt
of niet; maar hij beschouwt het als een compliment, wanneer men hem
„muy fino" noemt, waaronder hij een talent voor bedriegen verstaat. De
Portugeezen zijn beleefd en goedhartig, maar ze zijn buitengewoon sluwe