Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
22?

stad Tuy ligt weinig verder dan een' steenworp afstands verwijderd van
Valenca op Portugeesch gebied. Maar de bewoners der beide steden ver-
schillen in kleederdracht, zeden en gebniiken niet minder dan die van
Dover en Calais. Tusschen beide plaatsen bestaat bijna geen verkeer.
Huwelijken van Spanjaarden met Portugeezen behooren hier tot de zeld-
zaamheden. Strenge contrôle bij de grenzen en allerlei formaliteiten bij het
overhandigen der ])assen zijn dan ook niet dienstig om het verkeer tusschen
beide plaatsen te bevorderen. Buitendien is de geringe dunk, dien de
Spanjaarden van de Portugeezen hebben , niet bevorderlijk aan eene ver-
broedering der beide volken. De eersten zien hoog op de laatsten neer en
beschouwen ze als een lager ras. Latouche houdt het evenwel met de Por-
tugeezen. Hij vindt, dat het over 't geheel lichamelijk welgevormde men-
schen zijn met aangename manieren. Maar nooit, zegt hij, komt het con-
trast tusschen Spanjaarden en Portugeezen zoo sterk uit, als wanneer men
Portugal van de noordzijde binnenkomt. De Galiciers zijn arm en ruw. Ze
worden door de armoede van hun land gedrongen om het te verlaten en
trekken naar de steden van het geheele .schiereiland om het gewichtige
ambt van waterdrager uit te oefenen. Entre Douro e Minho daarentegen
is de bloeiendste provincie van Portugal. Op een' avond vroeg Latouche
een' pachter, dien hij ontmoette, hoe ver hij nog wel zou moeten rijden
om logies te kunnen krijgen. De man lachte en verzekerde, dat, als hij
niet tot de tamelijk ver verwijderde stad Viana wilde doorreizen, op logies
niet te rekenen viel; als hij zich echter met iets eenvoudigs wilde verge-
noegen , dan zou hij hem wel een huis kunnen wijzen. Na een korten weg
te hebben afgelegd, kwamen zij bij een huis, dat eene flinke boerderij
scheen te zijn. Een voetpad slingerde onder eiken en kastanjes, door
weelderige wijngaarden omraakt en tot één geheel samengesponnen, er naar
toe. „Maar dat is geene herberg!" zeide Latouche. „Het is het huis van
Uwe Excellentie," antwoordde de boer beleefd, den hoed afnemende, en
hij verzocht den vreemdeling naar binnen te gaan en bood hem het beste
aan wat hij bezat. De kost was eenvoudig, maar zeer goed : eene soep met
rundvleesch en kool en daarna gekookte bacalhao, d. i. stokvisch, beide
nationale gerechten. De wijn was voortreffelijk. Een tafellaken en borden
waren niet aanwezig. Iedereen had een aarden schotel en een houten lepel
voor zich. Eerst aten zij die aan het eene einde der tafel waren gezeten;
toen deze verzadigd waren, schoven zij de schotels toe aan hen die aan
het benedeneinde der tafel, aan de andere zijde van het zoutvat, zaten,—
aan de dienstboden. Het gesprek was minstens even pikant als het maal.
De gastheer was eenvoudig en scherpzinnig. Hij openbaarde eene kinder-
lijke onwetendheid omtrent de leeftvijze der menschen in de verschillende
landen en was zeer bijgeloovig. Zijne hoeve was, zooals dat meestal in
noordelijk Portugal het geval is, een erfelijk leengoed. Hij betaalde den
eigenaar huur, maar deze bezat de macht niet, hem die huur op te zeg-
gen. Als oudste zoon had hij de hoeve geërfd onder verplichting voor de
jongere zusters en broeders te zorgen.
15»
/ ? l
1 ■