Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
224
stad en eene buitenplaats, een' kamerdienaar, niet zelden ook een' kok;
ze bewonen weelderige vertrekken, bedekken zich met kostbaarheden, hou-
den er een rijpaard op na, vaak eene coupé, reizen als prinsen of bankiers
en rooken de fijnste havana's. De manier, waarop ze zich buiten den cir-
cus kleeden, is tamelijk zonderling: zwart fluweelen hoed met breede
randen, nauw en kort buis, dat van onder tot boven is dichtgeknoopt,
een nauwe pantalon van leer, een wit hemd van 't fijnste linnen, dikwijls
overladen met borduursels; een foulard van witte of roode zijde, die den
gespierden nek evenwel geheel ontbloot laat, dient als das; de schoenen
zijn rijk gestikt en met borduursel bedekt. Eene haarvlecht hangt tot op
den iiig. Voor 't overige vertoonen ze een ganschen juwelierswinkel: hor-
loges, zware kettingen, gouden knoopen en schitterende ringen.
Altijd vol levenslust en vroolijkheid, ontmoet men hen gewoonlijk o])
het Prado en bij de Puerta del Sol. Ze bezoeken deCortez, als hun
geliefkoosde redenaar het woord moet voeren, zij wandelen trotsch met
hunne vrouw rond, die even opgedirkt en verguld is als zij zeiven. Hun
lot schijnt benijdenswaardig: ze zijn de heeren der stad. Wat ontbreekt
hun inderdaad ? Hunne gelaatstrekken, hunne stem, hunne daden en wer-
ken zijn het publiek beter bekend dan die van alle mogelijke ministers,
staatsmannen, financiers, generaals of eenvoudige acteurs. Overal ontmoet
men dan ook t o r e r o's: in de volksliederen, op de schilderijen, op de
zakdoeken, op de waaiers, op de borden, ja zelfs op de lucifersdoosjes.
't Vak van torero is alzoo terzelfder tijd winstgevend en eervol. Maar
helaas, ook hier: velen geroepen, weinigen uitverkoren. Een klein aantal
brengt het maar tot espada; de meesten verdwijnen in de massa der
capeadores, waaruit ze kunnen opklimmen tot banderilleros, of
tot picadores. 'tIs niet een ieder gegeven, een' stier te dooden volgens
de regelen der kunst; wee hem, die 't dier toetakelt, die 't buiten gevecht
stelt, zonder er in geslaagd te zijn, het doodelijk te treffen. Echte espa-
da's, dat wil zeggen, die hunne sporen verdiend hebben, zijn er geen 15
of 20 in heel Spanje.
Om dit volksvermaak naar waarde te kunnen schatten, moet men de
geschiedenis ervan kennen. De stierengevechten zouden dagteekenen uit den
tijd van den Cid (iide eeuw). Hij was volgens de overlevering de eerste,
die zich te paard, met zijne lans gewapend, in het strijdperk stortte en die
eigenhandig den stier doodde. Op zijn voorbeeld gaven zich alle edellieden
met ijver over aan deze oefening, die in korten tijd eene ware kunst
werd: geen groot feest, geene plechtigheid zonder stierengevecht. Men moest
van adel zijn, men moest een bepaald getal kwartieren kunnen bewijzen,
om van de partij te mogen zijn; zelfs de koningen versmaadden niet er
aan deel te nemen, 't Was in de middeleeuwen het geliefkoosde tijdverdrijf
aan de hoven, 't was eene eer er aan deel te nemen niet alleen voor de
Spanjaarden, maar ook voor de Mooren; men ging naar 't strijdperk met
denzelfden trots als naar 't slagveld. Isabella de Eerste wilde de stierenge-
\'echten verbieden, want ze hield er niet van; maar na zich overtuigd