Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
223
Dan treedt in het midden der arena een enkel man vooruit : de espada.
In de linkerhand houdt hij een rood laken, in de rechter een langen degen
met een goed lemmet. Met langzamen, afgemeten tred gaat hij naar de
koninklijke loge, blijft staan, licht de montera, die zijn hoofd bedekt,
van het hoofd en werpt die met eene trotsche beweging over den schouder.
Dan gaat hij recht op den stier af. De angst heeft het toppunt bereikt.
Aller blikken zijn op den man gericht, die alleen het vreeselijke dier te
gemoet gaat, dat van woede en pijn buiten zich zei ven is en het uiterste
doet om zijn leven te verdedigen.
Een' stier te kunnen dooden is geene alledaagsche zaak, 't is eene kunst.
Hij moet worden geveld volgens de regels, en die regels zijn streng voor-
geschreven. De goede espada's zijn zeldzaam. Hunne namen worden op-
geteekend in de jaarboeken van het strijdperk: men telt ze, men draagt
er roem op, men bewondert ze. 't Zijn Montés, Pepenillo, Cucharès,
Frascuelo. Eéne plaats, eene enkele plaats van 't lichaam des stiers is
waardig den genadestoot van den espada te ontvangen. Wordt het beest
ergens anders geraakt, dan is het verkeerd gedood, 't Publiek weet dat,
het volgt met de uiterste belangstelling de ontknooping van die slotscène,
tot aan het oogenblik, dat het slachtoffer den nek buigt, om zich op den
man te werpen. Maar deze is op zijne hoede, en steekt, het oog gevestigd
op het voorgeschreven punt, 't beest zijn degen in het hart.
Dan is alles gedaan. Een dolkstoot (puntilla) verkort den doodstrijd
van het dier, en de zegevierende espada raapt zijne montera weder
op onder de oorverdoovende toejuichingen en razende bravo's van het
verrukte publiek.
Eenige opgetuigde muildieren sleepen het doode lichaam van het slacht-
offer weg, en in een oogenblik is de arena ledig en schoon gemaakt en
gereed voor een volgend gevecht. In iedere voorstelling worden zes tot
acht stieren bevochten. Dat is in weinig woorden, wat men in Spanje noemt
de corrida de toro's.
Slechts zeer zelden wordt een der torero's gekwetst : men heeft zoo goede
voorzorgen genomen en verstaat de kunst zoo goed, dat een noodlottig
toeval niet vaak voorkomt.
De smaak voor stierengevechten is den Spanjaard als 't ware aangebo-
ren; van zijne jeugd af wordt hij er bij gebracht: de arme zoowel als de
rijke. Vroeger liet men stieren vechten tegen leeuwen en tijgers. Men zou
zich bepaald vergissen, als men de torero's, zooals wij vreemdelingen
wellicht geneigd zijn te doen, op ééne lijn plaatst met koordedansers en
acrobaten. De torero geniet eene zeker soort van aanzien, zelfs buiten
het schouwperk van zijne heldendaden; hij wordt met voorkomendheid
behandeld, zelfs met vriendschap door vele leden van aristocratische clubs;
hij vertoont zich in den schouwburg in de meest gezochte loges, hij
bezoekt de fijnste cafés.
De beroemde Espada's, zooals Frascuelo verdienen per jaar min-
stens 15 a 20000 douros (40 a 50000 gulden), hebben een hôtel in de