Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
221
zonneschijn. De loges worden gevuld met zwarte en witte mantilles, met
aardige gezichtjes; overal schittert u eene vrije en geruischmakende vreugde
tegen. Eindelijk heeft het hof ook plaats genomen. Het signaal wordt ge-
geven. De muzikanten loopen den circus rond. Men kondigt de komst van
de cuadrilla aan.
De circus is verbazend groot; 't is er een voor een geheel volk. Ik sluit
de oogen en stel mij voor, welk een schouwspel het colyseum van Rome
heeft moeten aanbieden op een dergelijken feestdag als deze. De circus is
rond en omgeven door eene houten borstwering, die aan de binnenzijde
eene soort van uitstek draagt, waar de torero op springt, als de stier
hem te dicht op de hielen komt. Achter deze borstwering is eene tweede,
die hooger is; in den gang die tusschen beide borstweringen in is, loopen
en draven de stalknechten heen en weer en maken zich de timmerlieden
druk, die met hunne gereedscliappen bij de hand zijn om de gaten, welke
de stier in de schutting zou kunnen stooten, dadelijk weer dicht te maken.
Langs de groote borstwering loopt eene rij van steenen banken en een
weinig hooger eene rij loges. Beneden de loges is eene galerij met drie
rijen zitplaatsen; het zijn de beste plaatsen van den circus, waar men het
beste gezicht op de kampplaats heeft, maar de mode wil, dat de aristo-
cratie er geen gebruik van maakt. Iedere loge bevat een twintigtal plaatsen.
De koninklijke loge is een groot salon.
De circus biedt nu een schouwspel aan, waarvan men zich onmogelijk
eene voorstelling kan maken, als men het niet gezien heeft, 't Is een
oceaan van hoofden, van handen en van waaiers die zich heen en weer
bewegen; 't is een kaleidoscoop, geheel zwart aan den schaduwkant, die
door de aanzienlijken is ingenomen, bont, schitterend en licht aan de
zonzijde, waar het volk is opgehoopt. Men krijgt een' indruk als van eene
groote maskerade. Overal hoort en ziet men vragen en antwoorden en
groeten met eene waanzinnige drukte. Men wordt duizelig door het on-
beschrijfelijke geraas. Ik word zenuwachtig, opgewonden, dwaas evenals
de anderen.
Er klinkt eene fanfare. Vier wachters te paard met hoeden met pluimen
en zwarte mantels komen binnen door de deur onder de koninklijke loge
en laten hunne paarden langzaam de arena rondstappen. Twee aan twee
nemen zij plaats voor eene geslotene deur tegenover de loge des konings.
De vijftienduizend toeschouwers houden ademloos hunne blikken op die
deur gevestigd, waaruit de cuadrilla moet te voorschijn komen. Er
heerscht de diepste stilte. Daar defileert zij: al de torero's presenteeren zich
in gala-kleeding aan den koning, aan het leger en aan het volk. Het orkest
laat zich krachtig hooren. Men noemt de namen der beroemd.ste espada's,
Frascuelo en Lagartijo, men juicht hun toe; zij stappen voort in het schit-
terend Andalusisch kostuum, dat Figaro draagt in de Barbier de Séville.
Achter hen komen de banderillo's en de capeadores; vervolgens
de picador es te paard met eene lange lans in de hand: eindelijk
komen de c h u 1 o 's. Deze optocht gaat statig de arena door met afgemeten