Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
218
lijk, als zij zich vertoont op het beroemde, vurige ros; alleen het laatste
van de twee is echter voor den krijgsdienst geschikt. Niet alleen toch dat
de Andalusier van den oorlog niet houdt, maar evenmin als de Napolitaan
is hij in staat om groote en aanhoudende vermoeienissen te doorstaan.
Het karakter der overige Spanjaarden kan het best worden gekend,
wanneer men hunne afzonderlijke kenmerken naast die der Andalusiërs
stelt. De bekendste stam is die der Kastilianen, die vrij wat minder
beminnelijk is dan de Andalusiërs. Kastilië bestaat uit twee verschillende
deelen, die door een gebergte van ongeveer 4000 voet hoogte van elkander
zijn gescheiden. Dit gebergte, de Sierra de Guadarrama is veel lager dan
de Andalusische Sierra Nevada, en evenwel is zijne omgeving kaler. Daar
't gebergte zich van het noordoosten naar het zuidwesten uitstrekt, worden
alle koude winden door de noordelijke helling opgevangen, en ten gevolge
daarvan heeft Oud-Kastilië eene lagere temperatuur, een ruwer klimaat en
een anderen plantengroei dan men in Spanje zou verwachten. In Burgos
b. v. heerscht des winters eene koude, die aan Middel-Europa doet den-
ken , en die niet door kachels dragelijk gemaakt wordt.
Op de zuidelijke helling van de Sierra de Guadarrama is de temperatuur
veel hooger, en vandaar dat in Nieuw-Kastilië ook meer zuidvruchten
groeien, terwijl Oud-Kastilië hoofdzakelijk mais en andere korensoorten
voortbrengt. Ongelukkig genoeg hebben de Spanjaarden de wouden van
deze Sierra te onbedachtzaam geplunderd, zoodat de stralen der zon door
geene verkwikkende schaduw worden getemjjerd. De noordhelling van 't
gebergte vangt alle dampen op, en ten gevolge daarvan is de lucht van
Nieuw-Kastilië wel altijd helder, maar de zomerhitte bijna ondragelijk.
Alle kleine rivieren drogen uit, en men noemt den Manzanares bij Madrid
eene geleerde rivier, daar ze des zomers niet werkt en vacantie neemt
evenals de universiteiten van Alcala of Salamanca. Daarbij hebben de
prachtlievende Spanjaarden eene brug over den Manzanares gelegd, die
zoo weinig bij de rivier past, dat men zegt: verkoop toch die prachtige
brug om er een weinig water als verfrissching in de ondragelijke zomer-
hitte voor te koopen.
Onder zulke omstandigheden heeft de Kastiliaan een wonderlijk mengsel
van eigenschappen gekregen, die elkander haast tegenspreken. De stijve en
toch vormenrijke hidalgo, de ceremonieuse en toch trage caballero, de
Ranudo de Colibrados die trotsch is op zijne voorouders en toch geene
poging doet om zich uit zijne armoede op te werken, dat zijn bekende
S]iaansche typen, die alleen aan Kastilië ontleend zijn. De Kastiliaan heeft
evenals de Andalusiër een hoog denkbeeld van zich zeiven, maar terwijl
dat den laatste beminnelijk maakt, zoekt de eerste hoofdzakelijk te impo-
neeren. Het komt hem er niet op aan den gunstigsten indruk te maken,
het is hem er om te doen zoo gewichtig mogelijk te schijnen. De Kasti-
liaan vond de „Grandeza" uit, om dat wat den persoon aan werkelijk
gehalte ontbreekt, door allerlei ceremoniën te verbergen en te vergoeden.
Het einddoel van zijn streven is daarbij rust, absolute rust en werkeloos-