Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
XI. SPANJE EN PORTUGAJ.
SPAANSCHE VOLKSKARAKTERS.
Men kan niet spreken van een Spaansch volkskarakter, en dat is geen
wonder; want Spanje is sedert de volksverhuizing door vele volken over-
stroomd , en ieder daarvan heeft een deel zijner karakteristieke eigenschappen
als erfgoed aan zijne nakomelingen achtergelaten. In Andalusië is de in-
vloed der Arabieren zeer merkbaar, in Galicië die der Sneven, in Navarre
en Biscaye die der Vasconen of Basken, in het midden van 't schiereiland
die der West-Gothen. Daaruit laat het zich ook verklaren, dat de gelijk-
heid van allen voor dezelfde wetten in Spanje zoo moeilijk ingang vindt.
Spanje wil voor ieder zijner deelen eene bijzondere \vijze van regeering,
en alleen de vorsten die dat begrepen, hadden eene' gelukkige regeering.
Den gelukkigsten aanleg onder alle volken van Spanje bezitten de
Andalusiërs. Hen moet men als voorbeeld nemen, als men de geruch-
ten , die omtrent grilligheid, dweep- en wraakzucht der Spanjaarden in
omloop zijn, wil tegenspreken. De Andalusiër is veel te vroolijk om gi'illig,
veel te goedaardig om wraakzuchtig, veel te gelukkig en vergenoegd om
dweepziek te zijn.- Wat kan met den eeuwig helderen hemel, met de warme
lucht, met den vruchtbaren bodem vergeleken worden, dien men tusschen de
Siërra Morena en de zuidkust van Spanje vindt? Deze atmosfeer maakt
levenslustig, en de opgewekte stemming wordt noch door winterkoude,
noch door te sterke zomerwarmte bedorven. Van de Siërra Nevada waait
eene aangename koelte naar de dalen, en wat het klimaat betreft leeft men
nergens aangenamer dan aan den Guadalquivir.
De Andalusiër is met zich zeiven, met zijn' God en met zijne omgeving
meer tevreden dan ieder ander, en dat spreekt uit zijn geheele wezen. Hij
is ten zeerste van zijne goede eigenschappen overtuigd. Hij tooit zich
gaarne in prachtige kleeding, maar zijne eigenliefde is zoo naief, dat men
niet boos op hem kan worden. De bewustheid van zijne voortreffelijkheid
maakt hem niet opgeblazen en verleidt hem niet tot vlegelachtigheid. In
tegendeel, hij is er reeds daarom op uit, zich van de aangenaamste zijde
te doen kennen, omdat hij zich zeiven voor het aangenaamste schepsel